Rechtbank Amsterdam 27 maart 2018 (snuggere consument), ECLI:NL:RBAMS:2018:1756

Rechtbank Amsterdam 27 maart 2018 (snuggere consument), ECLI:NL:RBAMS:2018:1756

Geschil over bemiddeling door tussenpersoon om geld terug te krijgen bij vliegtuig-vertraging.

Bij de beoordeling geldt tot uitgangspunt dat  eisers  als consument wordt aangemerkt en gedaagde als professionele partij moet worden beschouwd. Voorts is niet in debat dat de overeenkomst tussen beiden buiten de verkoopruimte tot stand is gekomen. Daarnaast kan worden vastgesteld dat gedaagde ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst tussen partijen voor dezelfde dienst een tweetal tarieven hanteerde, een tarief waarbij de overeenkomst via internet tot stand is gekomen, de internetklanten, en een tarief waarbij de overeenkomst op de luchthaven wordt gesloten, de Schipholklanten. Ook staat vast dat gedaagde de klanten niet actief informeerde over deze verschillende tarieven voor dezelfde dienst. Ter terechtzitting heeft gedaagde toegegeven dat op Schiphol de klanten niet worden gewezen op het (lagere) internettarief en is namens gedaagde verklaard dat het inderdaad juist is dat “snuggere” consumenten altijd via internet een overeenkomst kunnen sluiten. Ten slotte is niet bestreden dat gedaagde  eisers  op Schiphol niet heeft geïnformeerd over het lagere internettarief.

Naar het oordeel van de kantonrechter is deze handelwijze van gedaagde als een oneerlijke handelspraktijk aan te merken. Door op Schiphol geen volledige duidelijkheid te verschaffen over de verschillende tarieven, heeft gedaagde immers essentiële informatie aan  eisers  over de opbouw van de prijs van haar diensten en de daarmee verband houdende kosten onthouden. Op grond van artikel 6:193d lid 1 BW is een handelspraktijk (ook) misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie. Uit lid 2 volgt dat een misleidende omissie iedere handelspraktijk is waarbij essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. De door gedaagde genoemde “snuggere” consument, is niet gelijk te stellen aan de gemiddelde consument waarvan de richtlijn oneerlijke handelspraktijken uitgaat en die zijn weerslag heeft gevonden in de wettelijke bepaling. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, en om de uit hoofde van dat beginsel geboden bescherming ook effectief te kunnen toepassen, wordt in deze zaak het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium van de gemiddelde – dit wil zeggen redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende – consument als maatstaf genomen, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met maatschappelijke, culturele en taalkundige factoren. Dat deze gemiddelde consument er bij de totstandkoming volgens het Schipholtarief vanuit gaat dat er ook een lager internettarief bestaat, komt de kantonrechter onaannemelijk voor.

Het is evident en ook niet in debat tussen partijen dat eisers, indien hij door gedaagde was geïnformeerd over de beide tarieven, voor het voordeligste tarief en dus voor het internettarief had gekozen. Door  eisers  op dit punt niet volledig te informeren heeft gedaagde  eisers  niet de gelegenheid geboden een goed besluit over de transactie te nemen en heeft gedaagde zich schuldig gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk.

Categorieën: Maatman, oneerlijke handelspraktijk, Verbintenissenrecht

Tags: , , , , , ,