Rechtbank Amsterdam 29 mei 2018 (themazitting discriminatie), ECLI:NL:RBAMS:2018:3932

Rechtbank Amsterdam 29 mei 2018 (themazitting discriminatie), ECLI:NL:RBAMS:2018:3932

De rechtbank is van oordeel dat met de woorden “Jou zouden ze moeten pakken en ophangen” expliciet wordt opgeroepen tot het plegen van een in Nederland strafbaar feit, namelijk doodslag of moord.

Facebook is een medium op internet waarbij het niet altijd duidelijk is wie de persoon is die het bericht heeft verzonden. Daarmee wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk, voor de ontvanger ervan een bericht te interpreteren op de manier die door de plaatser van het bericht is bedoeld. Nog minder duidelijk is wie het bericht leest en hoe deze persoon het bericht op zal vatten. De verzender heeft hier nauwelijks tot geen invloed op. Onder deze omstandigheden komt aan de woorden zelf veel betekenis toe. De gebruikte woorden laten niets aan de verbeelding over. Door een bericht inhoudend “Jou zouden ze moeten pakken en ophangen” op Facebook te plaatsen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij hiermee zou opruien tot het plegen van een strafbaar feit.

Aan het vereiste van openbaarheid is voldaan. Door het plaatsen van uitingen op social media worden deze in de openbaarheid gebracht. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waar de teksten zijn weergegeven.

Verdachte heeft het betreffende bericht op Facebook geplaatst. Facebook heeft een potentieel groot publieksbereik. Alleen al uit het feit dat aangever aangever de uitlating van verdachte aan de politie ter beschikking heeft gesteld, valt af te leiden dat een breed publiek, waaronder ook personen die niet tot de Facebookvrienden van verdachte behoren, zo dat al niet voldoende zou zijn, het bericht onder ogen konden krijgen.

De rechtbank constateert dat veel mensen online kennelijk gemakkelijker over de schreef gaan dan in het ‘normale leven’. Ook voor uitlatingen die op internet worden gedaan gelden de hiervoor omschreven kaders van de vrijheid van meningsuiting. Het kan zo zijn dat verdachte het niet eens is met de opvattingen van aangever aangever, maar dat vormt nog geen vrijbrief om een bericht zoals door hem geplaatst op het internet te zetten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de grens van het toelaatbare heeft overschreden. Dit maakt dat er een dwingende maatschappelijke noodzaak bestaat om verdachte in zijn recht op vrijheid van meningsuiting te beperken. Er is geen minder ingrijpend middel denkbaar om dat doel (het voorkomen van strafbare feiten) te bereiken.

Volgt veroordeling tot € 200 geldboete, waarvan € 100 voorwaardelijk.

Categorieën: Bedreiging, Belediging (strafrecht), Openbaar, Sociale netwerksites, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , , , , , , , , ,