Rechtbank Amsterdam 31 januari 2019 (journalistieke doeleinden AVG), ECLI:NL:RBAMS:2019:645

Rechtbank Amsterdam 31 januari 2019 (journalistieke doeleinden AVG), ECLI:NL:RBAMS:2019:645

De rechtbank leidt uit art. 43 Uitvoeringswet AVG af dat de verzoekschriftprocedure niet open staat voor de belanghebbende die zich beklaagt over verwerking van zijn persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden. De publicaties op de website zijn, kennelijk bedoeld om vermeende misstanden die aan verzoeker worden toegerekend, aan de kaak te stellen. Wat de procedurele vraag betreft of onderhavige kwestie door middel van een verzoekschrift kan worden ingeleid, gaat de rechtbank er op basis van de thans beschikbare gegevens vanuit dat sprake is van een verwerking met een uitsluitend journalistiek doeleinde. Of het hier wel ‘goede’ journalistiek betreft, doet hierbij niet ter zake.

Nog afgezien van hetgeen hiervoor is overwogen, geldt dat de overige verzoeken van verzoeker , inhoudende een verbod om in de toekomst persoonsgegevens te verwerken en de betaling van een schadevergoeding voor geleden immateriële schade, sowieso niet kunnen worden ingeleid door middel van een verzoekschrift, maar vorderingen betreffen die aanhangig moeten worden gemaakt door middel van een dagvaarding. Dat een zaak als de onderhavige alleen bij dagvaarding bij de civiele rechter aangebracht kan worden, is ook gepast. Deze zaak gaat immers in essentie om de vraag of sprake is van een onrechtmatige publicatie en of hierdoor immateriële schade is veroorzaakt.

Categorieën: Gegevensbeschermingsrecht, Journalist, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: , , , , ,