Rechtbank Amsterdam 6 september 2017 (Picnic), ECLI:NL:RBAMS:2017:6395

Rechtbank Amsterdam 6 september 2017 (Picnic), ECLI:NL:RBAMS:2017:6395

Picnic heeft op haar Facebookpagina een filmpje gedeeld met de titel “als je op tijd bent hoef je niet te racen” (hierna: de commercial van Picnic). In de commercial van Picnic is te zien dat een lookalike van eiser boodschappen van Picnic rondbrengt. De lookalike draagt dezelfde raceoutfit en dezelfde pet die eiser 2 draagt tijdens optredens in de media en op het circuit.

In het kader van het door artikel 10 EVRM beschermde belang heeft Picnic naar voren gebracht dat sprake is van een eenmalige ludieke actie via social media, met een vluchtig en kortstondig karakter, waarvan de toon en inhoud positief is. Het is een geste naar de runners van Picnic en toevallig ook een grappige inhaker op de commercial van Jumbo. Het betreft een plaagstootje richting concurrent Jumbo. De diensten van Picnic worden niet aangeprezen. Het publiek zal Picnic en eiser niet aan elkaar verbinden.

In dit geval valt de afweging van de wederzijdse belangen hier in het voordeel uit van de door artikel 8 EVRM beschermde persoonlijke levenssfeer van eiser. Daartoe is het volgende van belang. Terecht wijst Picnic erop dat – daargelaten dat de parodie-exceptie als bedoeld in artikel 18b Aw niet ziet op het portretrecht – haar in het kader van artikel 10 EVRM een zekere vrijheid toekomt om zich op humoristische wijze te uiten, ook al is gelet op haar eigen stellingen niet eiser het onderwerp van de ludieke actie of parodie, maar Jumbo. Ook betreft het geen diffamerende uiting en is het één dag op internet geplaatst. Daartegenover weegt echter zwaar dat de commercial van Picnic een reclame-uiting betreft en een commercieel karakter kent. Plaatsing van de commercial van Picnic op de door haar beheerde social media (waaronder haar Facebookpagina) maakt dit filmpje toegankelijk voor het publiek. De inhoud en strekking van het filmpje is gericht op vergroting van de naamsbekendheid van Picnic. De commercial eindigt immers met het logo van Picnic en de tekst “supermarkt gratis aan huis”, hetgeen niet anders kan worden gezien dan als een aanprijzing van (de diensten van) Picnic aan het publiek. Dat dit filmpje, zoals Picnic het noemt, in eerste instantie slechts bedoeld zou zijn voor haar bezorgers doet hieraan niet af. Het publiceren van haar commercial op internet (ook al is dat maar voor één dag) maakt immers dat deze voor het publiek toegankelijk is. Bovendien is voor de hand liggend dat, zoals in het onderhavige geval ook op grote schaal is gebeurd, een dergelijke uiting wordt overgenomen door andere (social) media. Ten slotte kan Picnic niet worden gevolgd in haar betoog dat in dit kader dient mee te wegen dat uit de context van de commercial van Picnic duidelijk zou blijken dat het hier niet om de echte persoon achter de eiser zou gaan. Picnic heeft met de inzet van de lookalike (zo blijkt ook uit hetgeen oprichter en bestuurder in RTL Boulevard heeft gezegd) het beeld van eiser bewust opgeroepen. In de afweging van enerzijds het belang van eiser zich te verzetten tegen de commerciële exploitatie van zijn portret zonder dat hem een vergoeding is aangeboden en anderzijds het belang van Picnic zich met het filmpje te uiten, weegt het belang van eiser dus zwaarder.

Het gebruik van een lookalike in een commercial van Picnic is onrechtmatig ten opzichte van de uitgebeelde persoon. Het portretrecht (artikel 21 Aw) is geschonden, ook al is er een lookalike gebruikt. De lookalike vertoont alle karakteristieke kenmerken van het portret van de uitgebeelde persoon: dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur. Het was de bedoeling van Picnic om het beeld van de uitgebeelde persoon op te roepen. De uitgebeelde persoon heeft een commercieel belang zich hiertegen te verzetten.

Categorieën: Auteursrecht, Portretrecht, Privacy, Sociale netwerksites, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , , ,