Rechtbank Amsterdam 7 juni 2017 (vastgoedinvesteerders), ECLI:NL:RBAMS:2017:3962

Rechtbank Amsterdam 7 juni 2017 (vastgoedinvesteerders), ECLI:NL:RBAMS:2017:3962

De conclusie is dat geen van de drie Paroolartikelen en geen van de geciteerde uitlatingen iets anders weergeven dan wat tussen partijen vaststaat.

Kan van de gewraakte uitlatingen dus niet worden gezegd dat zij eisers in hun eer en goede naam aantasten, de vraag is nog of zij wel hun persoonlijke levenssfeer schenden. Ook als een uitlating niet onwaar is, hoeft dit nog niet te betekenen dat degene over wie ze wordt gedaan, zich hoeft te laten welgevallen dat ze met naam en toenaam wordt gepubliceerd. Daarbij geldt onder meer dat zogenaamde public figures meer publiciteit moeten dulden dan gewone burgers.

De vraag of eisers als public figures moeten worden beschouwd, kan in het midden blijven. De uitingen van Het Parool c.s. betreffen immers niet hun persoonlijke leven, maar hun zakelijke bestaan als vastgoedinvesteerders. Voor zover hun persoonlijke levenssfeer al in het geding was, weegt het belang van de bescherming daarvan niet op tegen het belang van Het Parool c.s. bij de publicatie van de in de Paroolartikelen vervatte beschouwingen over de verkoop van de voormalige politiebureaus. Van een onrechtmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer is dan ook geen sprake.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: , , ,