Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018 (Ghanese rekeningen), ECLI:NL:RBAMS:2018:2984

Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018 (Ghanese rekeningen), ECLI:NL:RBAMS:2018:2984

Mevrouw eiser is opgelicht, heeft onder valse voorwendselen geld naar Ghana overgemaakt, dat nodig zou zijn om veel grotere geldbedragen te kunnen repatriëren uit Irak naar de VS.

Eisers samen vorderen schadevergoeding van de bank. Zij leggen aan deze vordering ten grondslag dat ABN AMRO haar zorgplicht jegens eisers heeft geschonden. Deze zorgplicht wordt mede ingekleurd door publiekrechtelijke regels, zoals de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), de Wet op het financieel toezicht (Wft), het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) en de Sanctiewet 1977. Op grond hiervan is ABN AMRO gehouden tot customer due diligence en het monitoren van betalingsverkeer op de bij haar aangehouden bankrekeningen.

Rechtbank: Nu de rol van ABN AMRO in de onderhavige cliëntrelatie beperkt was tot die van betaaldienstverlener, was de zorgplicht waartoe ABN AMRO jegens eisers in beginsel beperkt tot het optimaliseren van het betalingsverkeer op hun rekening als hiervoor is omschreven. Anders dan eisers stelt, valt ABN AMRO ten aanzien van uitvoeren van de betaalopdrachten zonder nadere monitoring in beginsel dus geen verwijt te maken.

Het voorgaande neemt niet weg dat een bank jegens haar cliënt gehouden is tot actie als zij weet dat op de rekening van haar cliënt ongebruikelijke transacties worden verricht die mogelijk een gevaar voor die cliënt meebrengen.

Eisers stellen primair dat ABN AMRO had behoren te weten wat er gebeurde op de Bankrekening aangezien het ongebruikelijke transacties betreffen op grond van de aanname dat ABN AMRO aan haar publiekrechtelijke verplichtingen heeft voldaan.

Uit voornoemd Hoge Raad-arrest (“Van den Berg”) volgt evenwel dat “behoren te weten” niét (mede) het criterium is, maar dat het moet gaan om daadwerkelijke wetenschap oftewel “subjectief gevaarsbewustzijn”.

Indien ABN AMRO steken zou hebben laten vallen bij de monitoring van de onderhavige bankrekeningen waartoe zij publiekrechtelijk is gehouden – hetgeen uit de stellingname van eisers niet valt af te leiden – is de rechtbank derhalve van oordeel dat deze publiekrechtelijke monitoringsverplichtingen geen contractuele verplichtingen zijn jegens eisers.

Dat aan het oplopen van de schade geen halt is toegeroepen, is – afgezien van de persoon van de oplichter – in de eerste plaats toe te rekenen aan mevrouw-eiser zelf. De oplichting heeft immers eerst en hoofdzakelijk kunnen slagen door onvoorzichtig, irrationeel handelen van mevrouw. Zij heeft zonder enige controle van de identiteit van een man die zij slechts via internet kende, op diens verzoek grote sommen geld overgemaakt, terwijl er meer dan genoeg aanwijzingen waren om tot identiteitscontrole over te gaan: Zij skypte met de man zonder beeld, zodat zij niet kon zien of dit de man was van de brief met de portretfoto. Op het door eisers overgelegde overzicht van de verrichte overboekingen was duidelijk dat de tenaamstelling van de rekening waarnaar zij geld overmaakte niet leek op de naam van de zogenaamde militair. De rekeningen werden aangehouden in Ghana terwijl deze persoon aan haar voorspiegelde een Amerikaanse, nog tijdelijk in Irak gelegerde militair te zijn.

Categorieën: Financiële dienstverlening, Oplichting

Tags: , , , , , ,