Rechtbank Den Haag 1 oktober 2018 (vloggende moeder), ECLI:NL:RBDHA:2018:13105

Rechtbank Den Haag 1 oktober 2018 (vloggende moeder), ECLI:NL:RBDHA:2018:13105

De rechtbank overweegt allereerst dat sprake is van een aangelegenheid betreffende het gezag als

bedoeld in artikel 1:253a lid 1 BW. De vraag of foto’s en filmpjes van de minderjarigen (al dan niet) via social media, zoals YouTube en Instagram, door de ouders op internet kunnen worden geplaatst, is naar het oordeel van de rechtbank bij uitstek een kwestie waarover deze ouders samen dienen te beslissen. Zij hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarigen en een dergelijke beslissing grijpt – in meerdere of mindere mate – in op het leven van de kinderen en strekt zich daarmee uit over de persoon van de minderjarigen . De rechtbank toetst in dezen aan het belang van de minderjarigen.

De rechtbank overweegt voorts als volgt. Niet in geschil is dat de moeder het dagelijks leven van de minderjarigen middels foto’s en video’s op internet in beeld brengt. De privacy van de minderjarigen is hiermede in geding. Naar het oordeel van de rechtbank is door de moeder onvoldoende bestreden dat met de op voor eenieder in de openbaarheid toegankelijke foto’s en video’s het door de vader gevreesde risico op pestgedrag en nadelige gevolgen voor het later functioneren in het sociaal maatschappelijk verkeer, en in mindere mate objectivering voor  pedofielen, zich voor zal doen. Een risico dat de rechtbank ook overigens verre van denkbeeldig acht. Daaraan doet niet af de stelling van de moeder, dat tot op heden niet is gebleken dat de  minderjarigen hinder ondervinden van de inbreuk op hun privacy. Gelet op de leeftijd van de kinderen, 4 en 2, gaat de rechtbank ervan uit dat hun begripsvermogen en leefomgeving nog niet  zodanig zijn dat zij al bewust blootgesteld hebben kunnen worden aan tot de vlogs te herleiden pestgedrag of ridiculisering door derden, in het bijzonder leeftijdsgenoten. Dit zal in de toekomst wel degelijk het geval kunnen zijn. De rechtbank kent voorts geen gewicht toe aan de (financiële) belangen van de moeder zelf. De rechtbank zal het verzoek van de vader derhalve toewijzen, in dier voege dat een begrensde openbaarmaking nadrukkelijk niet is uitgesloten.

Categorieën: Filmpjes op internet, Foto's, Personen- en familierecht, Sociale netwerksites, Weblog

Tags: , , , , , , , ,