Rechtbank Den Haag 19 april 2018 (goede doelen),ECLI:NL:RBDHA:2018:4672

Rechtbank Den Haag 19 april 2018 (goede doelen),ECLI:NL:RBDHA:2018:4672

Geschil over verzoek tot verwijdering van zoekresultaten bij Google.

-Het verzoek ziet in de kern op één tamelijk recent bronartikel, waarvan de voorzieningenrechter bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2014 uitdrukkelijk heeft bepaald dat de inhoud – afgezien van de te rectificeren passages – voldoende steun vindt in het aanwezige feitenmateriaal. Daarbij heeft de voorzieningenrechter het zwaarwegend belang van de Vereniging benadrukt om het door haar geconstateerde gebrek aan transparantie in de goede doelen sector op kritische en waarschuwende wijze aan de orde te stellen, waarbij eisers de daardoor gemaakte inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer in de gegeven omstandigheden moeten dulden;

De URL’s zien daarmee op handelen van eisers, waarmee zij de publicaties die daarvan het gevolg zijn en de publieke belangstelling daarvoor over zichzelf hebben afgeroepen;

Ontwikkelingen in de goede doelen sector alsmede fondsenwervingsorganisaties zijn voorwerp van actueel maatschappelijk debat, zoals Google onderbouwd met verschillende voorbeelden heeft aangevoerd. Daaruit volgt dat het publiek een aanzienlijk belang heeft om mediaberichtgeving hieromtrent te kunnen vinden.

-Het publiek heeft een onmiskenbaar belang om hierover te (kunnen) worden geïnformeerd. Dit belang verdient met name erkenning ten opzichte van diegenen die overwegen een zakelijke relatie met A  of  B  aan te gaan en zich voordien zoveel mogelijk willen informeren over hun eerdere (zakelijke) contacten;

-Verwijdering uit de zoekresultaten van Google zal ertoe leiden dat deze, voor het publiek relevante, informatie in de praktijk moeilijk(er) vindbaar wordt. Hierdoor kan een onevenwichtig beeld ontstaan over het verleden van A dan wel B;

-Hiertegenover staat dat het beschikbaar maken en houden voor het publiek van de desbetreffende koppelingen in de zoekresultaten van de zoekmachine kan leiden tot negatieve consequenties voor het zakelijke en het privéleven van A en  B.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat in dit geval aan de eerstvermelde omstandigheden een aanzienlijk zwaarder gewicht toekomt dan aan de laatstvermelde omstandigheid. De inmenging in de grondrechten van  A c.s.  door Google is gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft dat toegang tot deze informatie beschikbaar en vindbaar blijft en (daarmee) het belang van Google om de desbetreffende zoekresultaten te kunnen (blijven) aanbieden.

Categorieën: persoonsgegevens, Privacy, Right to be forgotten

Tags: , , , , , , , , , , ,