Rechtbank Den Haag 28 november 2017 (Van Dijk),ECLI:NL:RBDHA:2017:13975

Rechtbank Den Haag 28 november 2017 (Van Dijk),ECLI:NL:RBDHA:2017:13975

Geschil over de vraag wie de contractspartij is bij een via internet tot stand gekomen overeenkomst.

De kantonrechter stelt voorop dat de stelplicht en de bewijslast van de door Van Dijk gestelde

overeenkomst tussen Van Dijk en gedaagde rust op Van Dijk.

Gedaagde heeft betwist partij te zijn bij de overeenkomst waarop Van Dijk haar vordering

baseert. Zij stelt immers dat niet zij, maar haar stiefvader de leermiddelen bij Van Dijk heeft besteld.

Tegenover die betwisting heeft Van Dijk aangevoerd dat een online bestelling is gedaan en dat bij die bestelling de gegevens van gedaagde zijn ingevuld.

Ook als de juistheid van die laatste stelling van Van Dijk vast zou komen te staan, kan daaruit

evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat gedaagde bedoelde bestelling heeft gedaan.

Bedoelde feiten sluiten immers niet uit dat haar stiefvader de bestelling heeft gedaan en daarbij de gegevens van gedaagde heeft ingevuld. De door Van Dijk gestelde feiten kunnen de haar stelling dat gedaagde partij is bij de door overeenkomst waarop de vordering is gebaseerd derhalve niet dragen. De vordering wordt daarom afgewezen.

Categorie├źn: Bewijs (privaatrechtelijk), E-commerce

Tags: , ,