Rechtbank Den Haag 5 juni 2020 (onderscheid in sociale media), ECLI:NL:RBDHA:2020:4985

Rechtbank Den Haag 5 juni 2020 (onderscheid in sociale media), ECLI:NL:RBDHA:2020:4985

De rechtbank kan in dit kort geding niet vaststellen dat de moeder zich schuldig maakt aan smaad en laster. Dat betekent dat het de moeder vrij staat om zich in haar privésfeer  (waaronder haar persoonlijke accounts op Facebook en Instagram worden begrepen) uit te laten over haar beleving van gebeurtenissen tijdens het huwelijk van partijen. Dat is echter anders voor wat betreft de uitlatingen van de moeder op LinkedIn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de moeder geen redelijk belang bij het plaatsen van berichten over het door haar ondervonden huiselijk geweld op LinkedIn, nu dit netwerk bij uitstek bestemd is voor berichten in de zakelijke sfeer. De benadeling van de vader door het plaatsen van deze berichten op LinkedIn is evident, nu niet is betwist dat een groot deel van het netwerk van de moeder op LinkedIn bestaat uit zakelijke relaties van de vader. Dit betekent dat het de moeder in het kader van een afweging van de belangen van partijen niet is toegestaan zich op LinkedIn te presenteren als slachtoffer van huiselijk geweld.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Sociale netwerksites

Tags: , , , , , ,