Rechtbank Den Haag 7 maart 2019 (Mirai botnet), ECLI:NL:RBDHA:2019:2116

Rechtbank Den Haag 7 maart 2019 (Mirai botnet), ECLI:NL:RBDHA:2019:2116

De verdachte heeft gedurende een lange periode een Mirai botnet voorhanden gehad en heeft daarmee en met andere botnets, al dan niet samen met anderen, DDoS-aanvallen uitgevoerd op verschillende websites. Daarbij heeft hij in drie gevallen deze websites ook, samen met een ander, geprobeerd af te persen door van hen bitcoins te eisen om de DDoS-aanvallen te stoppen. De verdachte heeft bovendien geadverteerd met het uitvoeren van DDoS-aanvallen met zijn botnets en heeft hiermee ook geld verdiend. Ten slotte heeft de verdachte de server van zijn school gehackt en heeft hij daarvan persoonlijke informatie overgenomen en met een derde gedeeld.

De rechtbank is van oordeel dat een DDoS-aanval een vorm van cybercriminaliteit is die zonder meer kan worden gekwalificeerd als geweld in de zin van artikel 317 Sr.

Omdat het Mirai botnet hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is om een DDoS-aanval mee uit te voeren, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte hiermee beschikte over een middel dat in de artikelen 139d, tweede lid Sr en 350d ahf/sub a Sr strafbaar is gesteld. Hoewel de wettekst spreekt over een technisch hulpmiddel, is de rechtbank gelet op de wetsgeschiedenis en het doel van het Cybercrimeverdrag van oordeel dat beoogd is ook een botnet, zoals het Mirai botnet dat de verdachte voorhanden had, onder de strafbaarstelling van deze artikelen te brengen.

Volgt veroordeling tot 377 dagen gevangenisstraf, waarvan 360 dagen voorwaardelijk en 120 uren taakstraf.

Categorie├źn: Bitcoins, Computercriminaliteit, persoonsgegevens

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,