Rechtbank Dordrecht 21 januari 2011 (bestemmingsplan internetcafé), LJN BP2299 (ECLI:NL:RBDOR:2011:BP2299)



Rechtbank Dordrecht 21 januari 2011 (bestemmingsplan internetcafé), ECLI:NL:RBDOR:2011:BP2299, LJN BP2299

Verzoeker heeft de inrichting van de begane grond van het pand gewijzigd, in dier voege dat hij in een afzonderlijke zijruimte een aantal computers heeft geplaatst. Niet in geschil is dat in de hoofdruimte een bar is geplaatst met een kassa waarachter zich een koeling bevindt en handelsvoorraden drank en eetwaren zijn opgesteld, en dat in diezelfde ruimte tafels en stoelen staan. Bij de inspectie is geconstateerd dat aan deze tafels bezoekers zaten om iets te drinken of te eten en dat zij daar met elkaar spelletjes speelden dan wel de krant lazen. Bij diezelfde inspectie is geconstateerd dat de in de zijruimte geplaatste computers niet alle aanstonden en dat zich daar geen personen bevonden die de computers gebruikten. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat bij een latere inspectie dezelfde situatie is aangetroffen. Verzoeker heeft ter zitting deze constateringen niet bestreden. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat de begane grond van het pand op deze wijze wordt gebruikt door verzoeker.
Het betoog van de bedrijfsleider namens verzoeker ter zitting dat geen sprake is van een horeca-inrichting, faalt. Wat er ook zij van de door hem geschetste werkwijze, uit de feitelijke inrichting en de feitelijke gang van zaken in het café volgt dat het doel van de bedrijfsactiviteit erop is gericht om tegen betaling bezoekers (al dan niet lid zijnde) consumpties te verstrekken. Dat de bezoekers daarnaast de mogelijkheid wordt geboden van internetfaciliteiten gebruik te maken, komt de voorzieningenrechter in de onderhavige opzet voor als een marginale bedrijfsactiviteit van het café, waaraan verweerder geen doorslagggevende betekenis behoefde toe te kennen bij diens toets aan het bestemmingsplan.


Categorieën: Bestuursrecht, nocategory

Tags: , , , ,