Rechtbank Gelderland 16 maart 2015 (opruiing via Twitter), ECLI:NL:RBGEL:2015:1746

Rechtbank Gelderland 16 maart 2015 (opruiing via Twitter), ECLI:NL:RBGEL:2015:1746

Opruiing geschiedt in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding. Van opruiing in het openbaar is sprake wanneer de opruiing plaatsvindt onder zodanige omstandigheden en op zodanige wijze dat zij tot het publiek is gericht en door het publiek kan worden geconsumeerd. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waar de teksten zijn weergegeven. De rechtbank verwijst onder meer naar de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 23 december 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4139) en 28 mei 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1945) en van de Hoge Raad van 15 december 2009 (ECLI:NLHR:2009:BJ7237). Niet is gebleken dat verdachte een afgeschermde profielsite beheerde. De Twitterpagina van verdachte was derhalve een voor een ieder toegankelijke internetpagina. De rechtbank merkt hierbij nog op dat verdachte juist een groot publiek wilde bereiken, omdat hij als rapper in Amsterdam bekend staat. Dat verdachte ook een groot publiek heeft bereikt, blijkt wel uit het groot aantal volgers van zijn Twitteraccount, te weten ongeveer twintigduizend.

Verdachte heeft op zijn Twitterpagina onder meer het bericht “Duizend Euro voor de gene die filmt hoe hij deze man kapot slaat!!!” “En ik zweer er wordt echt betaald” geplaatst. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met dit bericht heeft bedoeld dat hij degene wilde betalen die zou filmen dat de man in elkaar zou worden geslagen. Volgens verdachte heeft hij niet bedoeld dat hij degene zou betalen die de man zélf in elkaar zou slaan. De rechtbank is van oordeel dat dit bericht, gelet op de inhoud, de bewoordingen en de context waarin deze is vervat, een opruiende strekking heeft en aanzetten tot het plegen van een strafbaar feit.

Verdachte heeft onder meer verklaard dat hij met het bericht uiting heeft willen geven aan zijn boosheid toen hij hoorde van een pedofiel die jonge meisjes zou benaderen. Naar het oordeel van de rechtbank is het bericht van verdachte niet (slechts) een uiting van boosheid, maar (tevens) een zeer expliciete oproep tot gewelddadig optreden jegens de vermeende pedofiel. Het kan niet anders zijn dan dat verdachte zich minst genomen bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat het bericht bij anderen de wens tot geweld tegen de vermeende pedofiel zou opwekken of versterken en hij heeft die kans aanvaard. In dit verband acht de rechtbank verder nog van belang op te merken dat een van de volgers van verdachte hem er zelfs nog in een reactie op Twitter op heeft gewezen dat het aanzetten tot een ‘lynchmob’ strafbaar is. Hieruit volgt dat verdachte op zijn minst het voorwaardelijk opzet had op het tenlastegelegde.

Categorieën: Openbaar, Pedohunting, Uitingsdelicten

Tags: , , , , , , , , , ,