Rechtbank Haarlem 18 oktober 2011 (geen wetenschappelijk onderzoek), LJN BT9003 (ECLI:NL:RBHAA:2011:BT9003)



Rechtbank Haarlem 18 oktober 2011 (geen wetenschappelijk onderzoek), ECLI:NL:RBHAA:2011:BT9003, LJN BT9003

De rechtbank stelt voorop dat artikel 240b Wetboek van Strafrecht tot 1 oktober 2002 een tweede lid bevatte waarin deze strafuitsluitingsgrond expliciet was opgenomen: ‘Niet strafbaar is degene, die een dergelijke afbeelding in voorraad heeft waarvan vaststaat dat hij deze voor een wetenschappelijk, educatief of therapeutisch doel gebruikt’. Blijkens de parlementaire geschiedenis achtte de wetgever dit tweede lid onwenselijk omdat in de praktijk is gebleken dat personen of instanties onder het mom van een wetenschappelijk oogmerk en met een beroep op het tweede lid een verzameling kinderporno aanleggen. Met het schrappen van het tweede lid wenste de wetgever een onmiskenbaar signaal af te geven dat het bezit van kinderporno strafwaardig en strafbaar is en zal worden vervolgd, tenzij een algemene strafuitsluitingsgrond vervolging of veroordeling in de weg staat (TK 2001-2002, 27 745, nr. 12). Vanaf genoemde datum is deze wettelijke exceptie vervallen en kan slechts een beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid als ongeschreven strafuitsluitingsgrond worden gedaan.

Voor een te honoreren beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid zal er sprake van moeten zijn dat door het handelen in strijd met de betreffende wettelijke bepaling het doel dat met deze bepaling wordt beoogd, beter is gediend. Verdachte heeft weliswaar gesteld dat hij het bij hem aangetroffen kinderpornografisch materiaal voor wetenschappelijke doeleinden heeft verzameld, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft hij deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Niet gebleken is dat verdachte in bedoelde verzameling kinderporno enige ordening heeft aangebracht en evenmin is gebleken van enig concreet plan ten behoeve van welk onderzoek deze verzameling zou kunnen dienen. Het hiervoor door verdachte ter terechtzitting genoemde idee van het overvoeren van tbs-gestelden met door hem ter beschikking te stellen kinderpornografisch materiaal om hen van hun behoefte aan het bekijken van kinderporno af te helpen, kan bezwaarlijk als serieus te nemen wetenschappelijk onderzoek worden aangemerkt, aangezien veelal aan het bekijken, downloaden en verzamelen van kinderpornografisch materiaal een verslaving ten grondslag ligt, waarvan niet aannemelijk is dat die kan worden bestreden met het overvoeren met dat materiaal. Daarbij valt ook overigens niet in te zien voor welk wetenschappelijk onderzoek het verzamelen door verdachte van kinderpornografisch materiaal gerechtvaardigd is.


Categorieƫn: Kinderporno, nocategory

Tags: , , ,