Rechtbank Haarlem 24 juli 2008 (webcamgluurder), LJN BD8449 (ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8449)




Rechtbank Haarlem 24 juli 2008 (webcamgluurder), LJN BD8449 (ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8449)

Webcam; hacken; art. 246 Sr; uitleg van het begrip ‘dwingen tot ontuchtige handelingen’ . De door verdachte gebruikte methode, inhoudende dat hij heimelijk, via de webcam van door hem gehackte computers, meisjes die zich ontkleedden kon bespieden, is een techniek die ten tijde van de totstandkoming van artikel 246 Sr. onbekend was. De rechtbank is van oordeel dat de rechter bij de uitleg van strafbepalingen die strekken tot bescherming van bepaalde rechten dient in te spelen op nieuwe technische mogelijkheden, één en ander voor zover dat past binnen de ratio en de taalkundige grenzen van de betreffende bepaling. De ratio van zedendelicten in het algemeen is de bescherming van de seksuele integriteit van personen. Artikel 246 Sr. ziet in het bijzonder op die aantastingen van het recht op seksuele zelfbeschikking die het gevolg zijn van door de dader uitgeoefende dwang. Bij het vaststellen of sprake is van de in dit artikel bedoelde dwang is essentieel of iemand seksuele handelingen heeft gepleegd of geduld die zij, in concreto, niet vrijwillig gepleegd of geduld zou hebben. In de rechtspraak is uitgemaakt dat dwang in de zin van artikel 246 Sr. ook omvat die situaties waarin de dader door onverhoeds handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich verzet (zie bijvoorbeeld HR 16 november 2004, LJN AR 3040). De rechtbank is van oordeel dat ook sprake is van dwang indien de dader door heimelijk handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich kan verzetten en hij zo zijn doel – in dit geval: meisjes zich voor hem zichtbaar te laten ontkleden – weet te bereiken. De omstandigheid dat de slachtoffers, onbewust van de webcamgluurder en kennelijk veronderstellend dat zij alleen in hun slaapkamer waren, zich vrij voelden om zich te ontkleden en (half)naakt rond te lopen, doet hieraan niet af. Aangenomen moet immers worden – en uit de verklaringen van de slachtoffers die met de heimelijk opgenomen beelden zijn geconfronteerd, volgt dat ook – dat zij dit niet zouden hebben gedaan als zij hadden geweten dat zij via de webcam door verdachte geobserveerd werden. Hiermee staat vast dat het uitkleden door de slachtoffers, in relatie tot verdachte, tegen hun wil geschiedde. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee vast dat het uitkleden, in relatie tot verdachte, moet worden beschouwd als een afgedwongen ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 Sr. De rechtbank concludeert dan ook dat het heimelijk aanzetten van de webcam van de slachtoffers en het vervolgens observeren van hen terwijl zij zich, geheel onwetend dat zij begluurd worden, uitkleden en geheel of gedeeltelijk naakt zijn, een aantasting is van het recht op seksuele zelfbeschikking waar artikel 246 Sr. op ziet.


Categorie├źn: nocategory, Webcam