Rechtbank Leeuwarden 15 november 2012 (datahotel), LJN BY5445 (ECLI:NL:RBLEE:2012:BY5445)



Rechtbank Leeuwarden 15 november 2012 (datahotel), ECLI:NL:RBLEE:2012:BY5445, LJN BY5445

De vraag of er sprake is van exploitatie van een onroerende zaak is niet zozeer afhankelijk van het bezigen van de onroerende zaak, als wel van de vraag in het kader van welke feitelijke bedrijfsuitoefening dit gebeurt. In dit verband overweegt de rechtbank als volgt. Eiser biedt haar klanten een onderkomen voor hun bedrijfskritische ICT apparatuur, welke continu voorzien wordt van door eiser geschikt gemaakte stroom, continu in verbinding staat met het internet en zich bevindt in een omgeving die continu gekoeld en beveiligd wordt. In het datacenter wordt hieraan met de nodige mensen in continudiensten gewerkt. De garantie van continuïteit van geschikte stroomvoorziening, koeling en beveiliging is naar het oordeel van de rechtbank het belangrijkste element van de door eiser verleende dienst. Hiervan getuige ook de boeteclausules in de contracten, welke in werking treden bij het niet kunnen leveren van deze continuïteit en de op continuïteit gebaseerde rating van datacenters, welke mede de hoogte van de in de markt te bedingen vergoeding bepaalt. De rechtbank hecht geloof aan de namens eiser ter zitting afgelegde verklaring dat de aan de klant van eiser beschikbaar gestelde ruimte voor deze klant van ondergeschikt belang is en dat de klant van eiser geringe interesse heeft in de specifiek aan hem gealloceerde ruimte. Hiervan getuige het feit dat de vergoeding die de klant betaalt voor het grootste gedeelte afhankelijk is van de hoeveelheid afgenomen vermogen en geen relatie heeft met het aantal in gebruik zijnde vierkante meters. Ook de uitsplitsing van de vergoeding geeft naar het oordeel van de rechtbank weer dat de ‘bijkomende diensten’ voor de gebruiker veel belangrijker zijn dan de ‘kale huur’ van het gebouw. Ten slotte bevestigen ook de verhoudingen binnen de totale investering dit beeld.


Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, brengt de rechtbank tot het oordeel dat eiser weliswaar onroerende zaken bezigt, doch dit doet in het kader van de exploitatie van datahotels door eiser. eiser oefent daarbij een bedrijf uit op een ander gebied dan dat van handel in en/of exploitatie van onroerend goed. Het feit dat eiser de inkomsten uit de datacenters in haar eigen financiële verslaglegging betitelt als ‘huur’, doet aan dit oordeel niet af, temeer daar in het beroepschrift hierover wordt opgemerkt dat dit is gebeurd omdat binnen de eiser groep met een standaard rapportageformat en grootboekschema wordt gewerkt, welke geen ruimte bieden voor verfijnde terminologie.


Categorie├źn: Belastingrecht, nocategory

Tags: , , , , , , ,