Rechtbank Leeuwarden 16 maart 2011 (Gedaagde zoeken op internet), LJN BP8894 (ECLI:NL:RBLEE:2011:BP8894)



Rechtbank Leeuwarden 16 maart 2011 (Gedaagde zoeken op internet), ECLI:NL:RBLEE:2011:BP8894, LJN BP8894

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagden onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door over te gaan tot openbare betekening van de dagvaarding, terwijl gedaagden bekend waren of redelijkerwijs hadden moeten zijn met de woonplaats van eiser. Door de bekendmaking van de dagvaarding middels de advertentie in de Leeuwarder Courant hebben gedaagden de goede naam en reputatie van eiser aangetast, aldus eiser.
De rechtbank stelt voorop dat publicatie van een uittreksel van een exploot dat een te voeren of aanhangige procedure betreft aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie een bij de wet gegeven voorziening is teneinde te bewerkstelligen dat degene voor wie het exploot bestemd is en van wie de woonplaats niet bekend is, daarmee bekend wordt. De enkele publicatie van zulk een exploot is in beginsel niet onrechtmatig jegens die persoon. Het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank anders zijn indien degene op wiens verzoek het exploot wordt uitgebracht, dit opzettelijk doet geschieden, terwijl hij weet dat het in het exploot vermelde onjuist is, of indien de openbare bekendmaking van het exploot in onnodig grievende bewoordingen wordt gedaan.
Daarnaast heeft te gelden dat onbekendheid als bedoeld in artikel 54 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan worden aangenomen indien degene op wiens verzoek een dergelijk exploot wordt gedaan, ondanks redelijke onderzoeksinspanningen de woonplaats van de geëxploteerde niet heeft kunnen achterhalen. Zo nodig zal hij moeten aantonen deze redelijke onderzoeksinspanning te hebben verricht (HR 4 november 1926, NJ 1927, 403).



Eiser kan evenmin in zijn stelling worden gevolgd dat gedaagde via zoekmachines op het internet onderzoek had moeten doen naar de woonplaats van eiser, nu dit naar het oordeel van de rechtbank niet valt aan te merken als een gebruikelijk, voldoende betrouwbaar en/of actueel kanaal om onderzoek naar de woonplaats van personen te doen, nog daargelaten dat niet is vast komen te staan dat gedaagde op die wijze bekend had kunnen worden met de woonplaats van eiser.
In het licht van de aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad dat van degene op wiens verzoek een dergelijk exploot wordt gedaan mag worden verwacht redelijke onderzoeksinspanningen te verrichten om de woonplaats van de geëxploteerde te achterhalen, valt gedaagde derhalve geen verwijt te maken.


Categorie├źn: Burgerlijk procesrecht, nocategory

Tags: , , , , , , , , , ,