Rechtbank Limburg 13 februari 2017 (gesloten Facebookgroep), ECLI:NL:RBLIM:2017:1280

Rechtbank Limburg 13 februari 2017 (gesloten Facebookgroep), ECLI:NL:RBLIM:2017:1280

Geschil tussen A (eiser in conventie, gedaagde in reconventie) en B (gedaagde in conventie, eiser in reconventie) over intieme foto’s verkregen via een vals Facebookprofiel. Op verzoek van B is conservatoir beslag gelegd.

In aanmerking genomen dat verlof is verzocht en verleend voor beslag op bepaalde gegevens, was het noodzakelijk om de gegevensdragers te onderzoeken op de aanwezigheid van die gegevens. Een dergelijk onderzoek is geen fishing expedition. Het feit dat onderzoek heeft plaatsgevonden, gaat het beslag dus niet te buiten. Het onderzoek is niet uitgevoerd door B, maar door de bewaarder. De vertrouwelijkheid van de gegevens is daarmee voldoende beschermd gebleven.

Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat B het openbaar ministerie heeft bewogen tot strafrechtelijke inbeslagneming. Van misbruik van het beslag is geen sprake. Evenmin is aannemelijk dat B met het beslag de publiciteit heeft gezocht. Dat haar juridisch adviseur de pers desgevraagd te woord heeft gestaan, is geen schending van de vertrouwelijkheid die bij het beslag past. De publicatie betreft vooral de werkwijze van de Facebookgebruiker, waarbij de naam van A niet is genoemd.

De voorzieningenrechter vindt deze aanwijzingen voldoende om vooralsnog ervan uit te gaan dat A de gebruiker was van het litigieuze Facebookprofiel. De voorzieningenrechter neemt daarbij ook in aanmerking dat A geen aannemelijk alternatief scenario heeft gegeven dat de aanwijzingen tegen hem kan ontzenuwen. Zijn stelling dat hij een onbeveiligde wifi-extender heeft gebruikt voor internet in de tuin, is te vaag, zeker voor een voormalig systeembeheerder als A volgens zijn eigen verklaring is. Gelet op de aanwijzingen had van hem mogen worden verwacht dat hij nadere uitleg over de extender zou hebben gegeven en had onderzocht wie zo veelvuldig en ongemerkt daarvan gebruik heeft kunnen maken.

De conclusie is dat vooralsnog moet worden aangenomen dat het A is geweest die onrechtmatig jegens B heeft gehandeld en dat hij verplicht is de schade die zij daardoor lijdt, te vergoeden. Het belang van B rechtvaardigt de toekenning van een voorschot.

Categorieën: Bewijs (privaatrechtelijk), Burgerlijk procesrecht, Sociale netwerksites

Tags: , , , , ,