Rechtbank Maastricht 14 april 2010 (drie zedenfeiten), LJN BM1117 (ECLI:NL:RBMAA:2010:BM1117)



Rechtbank Maastricht 14 april 2010 (drie zedenfeiten), ECLI:NL:RBMAA:2010:BM1117, LJN
**BM1117**

De rechtbank overweegt dat verdachte zich heeft voorgedaan als een jonge man die contact zocht met een leeftijdsgenoot. Hij heeft gelogen over zijn naam, leeftijd en adres. Voorts heeft hij gedurende anderhalf jaar contact met het slachtoffer onderhouden. Tijdens dit contact heeft hij haar vertrouwen gewonnen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte het slachtoffer heeft misleid, nu hij tegenover haar een valse identiteit heeft aangenomen.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat deze misleiding heeft geleid tot het plegen van ontuchtige handelingen. Indien het slachtoffer de ware identiteit van verdachte had geweten, had zij nooit het contact met hem gezocht of aangehouden en was zij niet overgegaan tot het verrichten van seksuele handelingen voor de webcam, zoals zij zelf heeft verklaard tegenover de politie.
Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door misleiding de minderjarige heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen (eerste feit)



Verdachte heeft ook bekend dat hij de opnames van het slachtoffer met speciale software heeft gemaakt en heeft opgeslagen en dat hij filmpjes op internet heeft geplaatst. Gelet op de formulering van de tenlastelegging, waarbij niet het vervaardigen en verspreiden van afbeeldingen maar het vervaardigen en verspreiden van een gegevensdrager ten laste is gelegd, kan de rechtbank voor wat betreft het vervaardigen en verspreiden van de afbeelding en filmpjes niet tot een bewezenverklaring komen, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken (tweede feit).


M.b.t. derde feit: De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een voltooid delict. De rechtbank stelt voorop dat er in geval van artikel 284 lid 1 aanhef en sub 1 Wetboek van Strafrecht sprake is van een voltooid delict indien het slachtoffer door de in het artikel genoemde middelen daadwerkelijk is gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden. Als er wel dwang heeft plaatsgevonden maar het beoogde resultaat niet verwezenlijkt is, is er slechts sprake van een poging. De rechtbank stelt vast dat verdachte het slachtoffer heeft willen dwingen tot het opnemen van contact met hem door te dreigen met het plaatsen van erotische filmpjes van haar op het internet. Het doel van verdachte, het herstellen van het contact, is echter niet bereikt. De rechtbank acht daarom, dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken


Categorie├źn: Identiteitsfraude, Kinderporno, nocategory, Webcam, Zedendelicten

Tags: , , , , , , , , , , ,