Rechtbank Midden-Nederland 13 oktober 2014 (dwangsombeschikking via email), ECLI:NL:RBMNE:2014:4876

Rechtbank Midden-Nederland 13 oktober 2014 (dwangsombeschikking via email), ECLI:NL:RBMNE:2014:4876

Dwangsombeschikking is als attachment bij email verzonden. Rechtsvraag: heeft verweerder de dwangsombeschikking op andere geschikte wijze bekend gemaakt zoals bedoeld in artikel 3:41, tweede lid, van de Awb?
De toezending van de dwangsombeschikking aan eiser per e-mail is in beginsel aan te merken als geschikte wijze van bekendmaking. Uit de tussen partijen gevoerde e-mailcorrespondentie volgt immers dat eiser langs elektronische weg voldoende bereikbaar was in de zin van artikel 2:14, eerste lid, van de Awb en hij heeft dit door het voeren van die correspondentie ook kenbaar gemaakt.
Vast staat dat verweerder aan eiser een email heeft gestuurd met een bijlage, die door eiser is ontvangen. De vraag is of verweerder het digitale bestand zodanig heeft verzonden dat het voor eiser ook te openen was. Eiser betwist dit namelijk. Hij heeft ter zitting toegelicht dat hij de bijlage bij de e-mail in Frankrijk niet heeft kunnen openen en dat hij uit de inhoud van het e-mailbericht zelf niet heeft afgeleid dat verweerder de dwangsombeschikking had genomen. Daarmee ontkent eiser de juiste ontvangst van het digitale bestand van de dwangsombeschikking. Naar het oordeel van de rechtbank is deze ontkenning niet op voorhand zo ongeloofwaardig dat daaraan voorbij moet worden gegaan. Het is immers algemeen bekend dat er, afhankelijk van bijvoorbeeld het e-mailaccount van de ontvanger of van de apparatuur die hij gebruikt of het netwerk op de plaats van ontvangst, problemen kunnen optreden bij het openen van bijlagen bij e-mailberichten. Daarom is het aan verweerder om aannemelijk te maken dat hij het digitale bestand zodanig heeft verzonden dat het voor eiser ook te openen was.

Categorie├źn: Bestuursrecht, E-mail

Tags: , , , , , ,