Rechtbank Midden-Nederland 20 februari 2017 (Surinaamse mediapublicaties), ECLI:NL:RBMNE:2017:805

Rechtbank Midden-Nederland 20 februari 2017 (Surinaamse mediapublicaties), ECLI:NL:RBMNE:2017:805

Geschil over Google zoekresultaten.

Voor de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wbp is niet vereist dat er sprake is van een strafrechtelijke veroordeling. Wel dient er sprake te zijn van zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring – in de zin van artikel 350 Wetboek van Strafvordering – kunnen dragen (zie r.o. 4.4 van de Hoge Raad in zijn arrest van 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4720). Maatstaf daarbij is dat de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan. De door eiser genoemde publicaties kunnen niet als een vorenbedoeld strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring worden aangemerkt. In deze publicaties gaat het immers om niet meer dan geuite beschuldigingen afkomstig van natuurlijke personen waarbij er geen enkel (justitieel) onderzoek heeft plaatsgevonden en waarvan de juistheid van de geuite beschuldigingen ook door eiser wordt betwist.

Uit hetgeen hiervoor overwogen over de vraag of eiser nu wel of niet aan een Nederlandse Universiteit is afgestudeerd volgt dat de (in de publicatie ook aan de orde gestelde) vraag of eiser zich wellicht ten onrechte als afgestudeerd jurist kwalificeert nog steeds actueel is. Dit geldt ook voor hetgeen in de publicaties wordt gemeld over het gebruik door eiser van verschillende namen. Hoewel eiser ter zitting heeft gesteld slechts één bepaalde schrijfwijze van zijn naam te hebben en ook maar één naam (zijnde zijn eigen naam) te gebruiken, heeft eiser niet betwist dat hij alleen al bij zijn contacten met Google Inc. zelf verschillende namen gebruikt heeft. Ook uit de afbeeldingen blijkt van een verschillende schrijfwijze van de naam van eiser. Een verklaring hiervoor heeft eiser niet gegeven.

Het staat eiser ook vrij om de personen/organisaties die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van deze publicaties in rechte aan te spreken. Ter zitting heeft eiser gesteld in het (recente) verleden ook gesproken te hebben met de verantwoordelijken, maar dat hij om hem moverende redenen geen verdere stappen tegen hen heeft ondernomen. Een beroep jegens Google Inc. op art. 36 Wbp is echter niet bedoeld om een dergelijke procedure te omzeilen.

Categorieën: Gegevensbeschermingsrecht, Privacy, Right to be forgotten, WBP, Zoekmachineresultaat

Tags: , , , , , , , , ,