Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2014 (doorstartmodel EPD), ECLI:NL:RBMNE:2014:3097



Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2014 (doorstartmodel EPD), ECLI:NL:RBMNE:2014:3097


Na verwerping door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel “Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg in verband met elektronische informatie-uitwisseling in de zorg” hebben de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en de Nederlands Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) besloten een doorstart te maken met de reeds ontwikkelde landelijke infrastructuur voor elektronische uitwisseling van medische persoonsgegevens. Zij hebben daartoe een “Doorstartmodel” (hierna: het Doorstartmodel) opgesteld en dit op 21 december 2011 ter advisering voorgelegd aan het College bescherming persoonsgegevens (Cbp)”. Het Doorstartmodel is gebaseerd op de bestaande infrastructuur voor de elektronische uitwisseling van medische persoonsgegevens gegevens, “AORTA-standaard”, die is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor ICT in de zorg (Nictiz). Deze infrastructuur wordt hierna aangeduid als de zorginfrastructuur.


VZVZ is opgericht met het doel om na de doorstart op te treden als “verantwoordelijke” in de zin van artikel 1 aanhef en onder d Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dat wil zeggen dat VZVZ optreedt als de rechtspersoon die het doel en de middelen voor de verwerking van de persoonsgegevens vaststelt. In artikel 3 van de statuten van VZVZ is daartoe als doelstelling opgenomen:


“het bevorderen van de gezondheidszorg door het optreden als verantwoordelijke in de zin van de Wbp voor de verwerking van (medische) persoonsgegevens in een landelijke verwijsindex ten behoeve van de uitwisseling van die gegevens. (…)”.


Al hetgeen eisers, Verenigde Praktijkhoudende Huisartsen (VPH c.s.), hebben aangevoerd, kan niet leiden tot het oordeel dat met de wijze waarop gegevensverwerking door middel van het zorginformatiesysteem plaatsvindt zodanige risico’s met zich brengt dat dit systeem in strijd moet worden geacht met de bepalingen van de Wbp.


Nu niet kan worden vastgesteld dat de grenzen van de Wbp zijn overschreden, is evenmin sprake van een ontoelaatbare inbreuk op de privacy op grond van artikel 8 EVRM.


Categorieën: nocategory, Onrechtmatige daad, Privacy, WBP

Tags: , , , , ,