Rechtbank Midden-Nederland 24 mei 2018 (belangenverstrengeling), ECLI:NL:RBMNE:2017:6893

Rechtbank Midden-Nederland 24 mei 2018 (belangenverstrengeling), ECLI:NL:RBMNE:2017:6893

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten van artikel 36 Wbp en reeds daarom dient te stranden. Het is de rechtbank niet gebleken dat het zoekresultaat onjuist, irrelevant of bovenmatig is. De zoekresultaten verwijzen naar een artikel van een krant, een publicatie van de betreffende universiteit en een publicatie op een website. De artikelen achter de URL’s berichten (onder andere) over verzoekster en haar professionele handelingen als (mede-)eigenaar van het betrokken bedrijf. Gebleken is dat verzoekster en voornoemde ondernemingen een rol hebben gespeeld in, althans (actief) betrokken waren bij de kwestie(s) waarover de artikelen achter de URL’s berichten. Dat het rapport van PwC het tegendeel zou aantonen, acht de rechtbank onjuist. De inhoud van het rapport draagt de conclusie, dat er geen sprake zou zijn geweest van belangenverstrengeling, niet. Uit het rapport blijkt (onder meer) dat er geen specifieke regels op de verstrekking van opdrachten van toepassing waren en de echtgenoot van verzoekster initiatiefnemer was van projecten in het kader waarvan de bedrijven van verzoekster werden ingeschakeld. De auteurs van de artikelen achter de URL’s hebben het nieuwswaardig geacht om in de artikelen ook de naam van verzoekster te noemen, hetgeen de rechtbank niet onbegrijpelijk voorkomt.

Het voorgaande leidt ertoe dat Google het verzoek van verzoekster om de betreffende URL’s te verwijderen of af te schermen in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.

Categorieën: Right to be forgotten

Tags: , , , , ,