Rechtbank Midden-Nederland 8 mei 2018 (faillissementsfraudeur), ECLI:NL:RBMNE:2018:2196

Rechtbank Midden-Nederland 8 mei 2018 (faillissementsfraudeur), ECLI:NL:RBMNE:2018:2196

De broninformatie waar de zoekresultaten naar verwijzen, heeft een journalistiek karakter. Ten aanzien van de inhoud van de publicatie achter eerstgenoemde zoekresultaat is gesteld noch gebleken dat deze onjuist is. Verzoeker heeft de juistheid van de inhoud van de publicatie van het tweede zoekresultaat wel betwist en in dit verband aangevoerd dat hij het verantwoordelijke medium in rechte heeft aangesproken. Dat verzoeker een rechtszaak heeft aangespannen, maakt echter op zichzelf niet dat inhoud van de publicatie onjuist is. Nadere feiten of omstandigheden die dit anders maken zijn niet gebleken.

Hoewel het voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaten naar verwijzen een impact heeft op het persoonlijke leven van verzoeker, zoals hij ook heeft betoogd, heeft deze informatie betrekking op zijn activiteiten in professionele zin en niet op zijn handelswijze als privépersoon. Verzoeker is, anders dan hij aanvoert, te beschouwen als een publiek persoon, in de zin dat hij een rol speelt in het openbare leven door zijn eigen toedoen. Doordat verzoeker in faillissementszaken strafrechtelijk en civielrechtelijk is veroordeeld, heeft de media aandacht aan zijn zakelijke activiteiten besteed. Misstanden bij faillissementen en in de zakelijke sector zijn bovendien actuele maatschappelijke thema’s waarvoor grote publieke belangstelling bestaat. Het publiek heeft dan ook, zoals Google heeft aangevoerd, groot belang bij de toegang tot de informatie achter de onderhavige zoekresultaten. Dit geldt temeer nu hoewel verzoeker heeft gesteld dat hij de professionele activiteiten waarmee hij in opspraak is geraakt heeft gestaakt, hij op de mondelinge behandeling heeft verklaard in de financiële wereld te willen terugkeren en daartoe in gesprek te zijn met mensen binnen zijn netwerk uit het verleden. Daarnaast blijkt uit het vonnis van 19 april 2017 dat verzoeker nog recentelijk op een ontoelaatbare wijze heeft gehandeld in het zakelijke verkeer. Daarbij is niet relevant of verzoeker wel of geen partij was bij die procedure en of daaruit wel of geen claims jegens hem zijn voortgevloeid. Verzoeker heeft in dit verband nog gesteld dat de betreffende krant het artikel waarin over voornoemde uitspraak is bericht, heeft gerectificeerd en van het internet verwijderd. Google heeft de juistheid van deze stelling gemotiveerd weersproken en erop gewezen dat het artikel enkel op delen is gerectificeerd en nog steeds op het internet vindbaar is. Tegenover de betwisting door Google heeft verzoeker zijn stelling vervolgens onvoldoende nader toegelicht of onderbouwd, zodat de juistheid van die stelling niet is komen vast te staan.

Om voormelde redenen weegt het belang van verzoeker , daarin gelegen dat de gewraakte zoekresultaten bij een zoekopdracht met zijn naam niet worden getoond, veel minder zwaar dan het recht van het publiek om de informatie waar deze zoekresultaten naar verwijzen te vinden en dat van Google om deze zoekresultaten weer te geven. De omstandigheid dat verzoeker vanwege de gewraakte zoekresultaten wordt geconfronteerd met het verleden en daardoor, zoals hij stelt, wordt belemmerd om terug te keren in de maatschappij leidt niet tot een andere uitkomst.

Categorieën: Faillissement, Journalist, Right to be forgotten, Zoekmachineresultaat

Tags: , , , , , ,