Rechtbank Midden-Nederland 26-10-2018 (host master), ECLI:NL:RBMNE:2018:5205

Rechtbank Midden-Nederland  26-10-2018 (host master), ECLI:NL:RBMNE:2018:5205

Verstekvonnis. Op een website zijn een aantal artikelen verschenen waarin eisers in verband worden gebracht met ernstige misdrijven. Gedaagde is houder van de domeinnaam van de desbetreffende website. Via het bedrijf van gedaagde kan een domeinnaam worden aangeschaft, maar die domeinnaam blijft eigendom van het bedrijf van gedaagde, hetgeen door gedaagde “privacy shield” wordt genoemd. Eisers hebben gedaagde gesommeerd de website buiten gebruik te stellen, maar onsuccesvol.

De voorzieningenrechter overweegt dat onbetwist vaststaat dat de artikelen onrechtmatig zijn en dat de auteur van de artikelen niet te achterhalen is. Gedaagde is blijkt de domeinnaamhouder te zijn, maar er is niet gesteld dat gedaagde ook de hostingprovider is. Of dat zo is kan in het midden blijven, omdat gedaagde zowel als hostingprovider op grond van artikel 6:196c (4) BW als op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is. Er is namelijk sprake van doelbewust faciliteren dat auteurs anoniem en zonder consequenties onrechtmatige content op websites onder domeinnamen van gedaagde kunnen plaatsen. Dit wordt bevestigd door de wijze waarop gedaagde reageerde nadat zij was aangeschreven. Gedaagde heeft namelijk slechts gereageerd door een link te mailen van een filmpje op YouTube van een sketch uit de serie “Little Britain” met het thema “computer says no”.

Categorieën: Hoogte schadevergoeding, Onrechtmatige daad, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: ,