Rechtbank Noord-Holland 1 juni 2017 (wedden op paarden), ECLI:NL:RBNHO:2017:4586

Rechtbank Noord-Holland 1 juni 2017 (wedden op paarden), ECLI:NL:RBNHO:2017:4586

Eiseres is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat, anders dan uit de overeenkomsten volgt, zij uitsluitend een weddenschapdienst afneemt van de buitenlandse aanbieders.

De verwijzing naar het arrest van het HvJ van 3 mei 2012, Lebara Ltd., C-520/10, ECLI:EU:C:2012:264, leidt niet tot een ander oordeel. In dat arrest wordt overwogen dat het begrip “telecommunicatiediensten” voor wat betreft de bepaling van de plaats van dienst ruim moet worden uitgelegd. Dat betekent evenwel niet dat ook de vrijstellingsbepaling van artikel 11, eerste lid, letter l, van de Wet OB (namelijk: de kansspelen in de zin van art. 2 lid 1 van de Wet op de Kansspelbelasting) zodanig ruim moet worden uitgelegd dat het verstrekken van data en beeldmateriaal door een buitenlandse aanbieder die als hoofdactiviteit het aanbieden van kansspelen heeft, ook onder die vrijstelling moet worden gerangschikt. Vrijstellingen vormen immers een uitzondering op de hoofdregel dat omzetbelasting wordt geheven over iedere dienst die door een ondernemer onder bezwarende titel wordt verricht en dienen daarom beperkt te worden uitgelegd (vgl. HvJ 19 juli 2012, Deutsche Bank AG, C-44/11, ECLI:EU:C:2012:484, overweging 42).

Categorieën: Belastingrecht, Gokken op internet, Telecommunicatierecht

Tags: , , , , ,