Rechtbank Noord-Holland 3 oktober 2018 (Capabel), ECLI:NL:RBNHO:2018:8050

Rechtbank Noord-Holland 3 oktober 2018 (Capabel), ECLI:NL:RBNHO:2018:8050

De betwisting van gedaagde dat de algemene voorwaarden (AV) van toepassing zijn en de stelling dat deze haar niet ter hand zijn gesteld, behelst een beroep op de vernietigingsgrond van artikel 6:233 sub b BW. Gelet op dit beroep dient Capabel te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat zij aan gedaagde een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van haar AV kennis te nemen en dat zij derhalve heeft voldaan aan één van de in artikel 6:234 BW bedoelde wijzen om die mogelijkheid te bieden (zie HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1394).

Capabel stelt dat gedaagde bij de digitale inschrijving een ‘vinkje’ heeft aangeklikt waarmee zij de AV heeft opgeslagen of moet hebben opgeslagen. Gedaagde ontkent dit en Capabel heeft dit niet nader onderbouwd. Dit neemt niet weg dat gedaagde met de bevestigingsmail er uitdrukkelijk op is gewezen dat zij bij de inschrijving akkoord is gegaan met de AV. Ook is in dat bericht verwezen naar de website en de AV, en is vermeld dat op alle diensten van Capabel de Algemene Voorwaarden van de Capabel Onderwijs Groep van toepassing zijn. Tot slot is onder het kopje ‘handige links’, een link naar die AV opgenomen. Naar het oordeel van de kantonrechter is gedaagde op die manier voldoende verteld dat de AV van toepassing zijn. Die AV zijn door Capabel ook langs elektronische weg toegankelijk gemaakt op een door haar medegedeeld adres.

Er is dus voldaan aan de in artikel 6:230c BW neergelegde informatieplicht.

Over annuleringsbedingen  van de AV, inhoudende dat bij annulering na de start van de opleiding het volledige studiegeld verschuldigd is, heeft het hof Den Haag (8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:486) geoordeeld dat, gelet op de daaraan verbonden financiële gevolgen een dergelijke regeling geen reële mogelijkheid tot opzegging na aanvang van de opleiding biedt.  Een dergelijk annuleringsbeding is strijdig met (de geest van) de artikelen 7:408 lid 1 BW en 7:411 BW. De kantonrechter ziet aanleiding om ten aanzien van de bepaling dat bij annulering minder dan 8 weken vóór de start van de opleiding, maar wel vóór de start van de opleiding, 25% van het studiegeld verschuldigd is, dienovereenkomstig te oordelen. Bij annulering van de opleiding is de student een redelijk loon verschuldigd voor de werkzaamheden die tot dan toe door het opleidingsinstituut zijn verricht. Het hof Den Haag heeft als maatstaf voor de berekening van een redelijk loon genomen het studiegeld over de maanden onderwijs die de cursist tot het moment van annulering heeft genoten of had kunnen genieten. Onverkorte toepassing van de annuleringsregeling van 25% van het studiegeld als voor aanvang van de opleiding wordt geannuleerd, zou er dan toe leiden dat de student die enige maanden na de aanvang van de opleiding annuleert, minder betaald dan de student die voor aanvang van de opleiding annuleert, terwijl in dat laatste geval de mogelijkheid dat een andere cursist alsnog instroomt, groter is.

Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat het annuleringsbeding en het ontbindingsbeding in de verhouding tussen partijen onredelijk bezwarend zijn als bedoeld in artikel 6:233 aanhef en onder a BW en daarmee oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende

oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

De kantonrechter is gehouden die bedingen te vernietigen, zodat Capabel daarop in dit geding geen beroep kan doen.

Categorieën: Algemene voorwaarden, E-commerce

Tags: , , , , , , ,