Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2020 (parkeerplaats), ECLI:NL:RBNNE:2020:247

Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2020 (parkeerplaats), ECLI:NL:RBNNE:2020:247

Gedaagden hebben hun insinuaties voldoende gemotiveerd dat er in feitenmateriaal aannemelijk aanleiding was om eisers (indirect) in verband te brengen met het onoorbare handelen waarover in het artikel wordt gesproken. De rechtbank overweegt in dat verband dat de in het artikel gebruikte termen van oplichting, misleiding, chantage, intimidatie en bedreiging, naar haar oordeel, niet in een strafrechtelijke betekenis zijn gebruikt. Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van gangbaar spraakgebruik waarbij het voor de lezer duidelijk is dat in het artikel wordt gedoeld een handelwijze die niet door de beugel kan en dat er niet sprake is van terminologie in een formeel-juridische zin. Daarbij neemt de rechtbank voorts in overweging dat de gebruikte termen passen in de stijl van schrijven van Sikkom, die zich met grover dan het in de traditionele media gebruikte taalgebruik, kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uitlaat over misstanden die de inwoners van de stad Groningen. De rechtbank neemt verder in overweging dat in de tekst van het artikel de geuite beschuldigingen worden genuanceerd en toegelicht.

Gelet op de aard van de gepubliceerde verdenkingen, de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen en de mate van waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het beschikbare feitenmateriaal, acht de rechtbank de publicatie op dit onderdeel, ondanks de te verwachten gevolgen voor eisers daarvan, niet onrechtmatig.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Sociale netwerksites

Tags: , , , , , ,