Rechtbank Noord-Nederland 4 augustus 2017 (muziekschool), ECLI:NL:RBNNE:2017:2979

Rechtbank Noord-Nederland 4 augustus 2017 (muziekschool), ECLI:NL:RBNNE:2017:2979

Gedaagde heeft de bedoelde uiting gedaan naar aanleiding van het feit dat eiseres haar factuur niet wilde betalen. Zoals hiervoor in reconventie is overwogen, lijkt een deugdelijke reden voor die weigering voorshands niet aanwezig. Eiseres kan worden nagegeven dat de door gedaagde gekozen bewoordingen weinig subtiel zijn en aanleiding geven tot stemmingmakerij. Daar staat tegenover dat de uiting niet een concrete beschuldiging bevat, maar een weergave vormt van gedaagdes persoonlijke mening naar aanleiding van haar ervaringen met eiseres. Temeer daar de uiting niet is gedaan in een medium waaraan de doorsneelezer groot gezag zal toekennen, maar plaatsvond in een beperkte context, te weten de persoonlijke pagina van gedaagde op Facebook, en de diskwalificerende bewoordingen in die zin op zichzelf staan, alsmede gesteld noch gebleken is dat gedaagde zich vaker in dergelijke bewoordingen publiekelijk over eiseres zou hebben geuit, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het recht van gedaagde om aldus haar mening te uiten zwaarder dient te wegen dat het belang van eiseres om daarvan verschoond te blijven, zodat de uiting niet als onrechtmatig tegenover eiseres kan worden aangemerkt.

 

Categorie├źn: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Sociale netwerksites, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , ,