Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2013 (filmpje van mishandeling Eindhoven), ECLI:NL:RBOBR:2013:4795



Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2013 (filmpje van mishandeling Eindhoven), ECLI:NL:RBOBR:2013:4795

De rechtbank is van oordeel dat door de officier van justitie met het op deze wijze integraal vrijgeven van de camerabeelden voor uitzending in het opsporingsprogramma Bureau Brabant, inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Nadat de beelden waren uitgezonden hebben verdachte en zijn familie daarvan in hun dagelijkse leven veel last ondervonden, mede doordat, zoals voorzienbaar was, de beelden ook door andere televisie-omroepen zijn uitgezonden, zijn overgenomen door andere media, zijn geplaatst op internetsites zoals bijvoorbeeld “Youtube” en – ook door particulieren – zijn verspreid via de sociale media zoals Facebook. De beelden, waarop verdachte goed herkenbaar in beeld te zien is, zijn veelvuldig uitgezonden en nog steeds op elk gewenst moment te bekijken via internet.


Het staat buiten kijf dat er sprake is van een zeer ernstig feit, waardoor de rechtsorde is geschokt. Met de opsporing van de daders was dan ook een zwaarwegend algemeen belang gediend. Dat neemt niet weg dat bij de keuze van het opsporingsmiddel, in casu het verstrekken van de beelden van de mishandeling voor uitzending in het opsporingsprogramma Bureau Brabant, andere belangen, waaronder de belangen van verdachten en het slachtoffer, moesten worden meegewogen. Bij de keuze voor integrale uitzending van de beelden lag het in de lijn der verwachting dat, gelet op de impact die bewegende beelden hebben en de, ook in de Aanwijzing genoemde, oncontroleerbare verspreiding via de moderne communicatiemiddelen, uitzending van de beelden grote gevolgen zou hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de verdachten, maar ook, zoals ook feitelijk is gebleken, van het slachtoffer.


Niet is gebleken of bijvoorbeeld is overwogen “stills” te vertonen of de gezichten van de verdachten onherkenbaar te maken. De rechtbank ziet genoemde gebreken in de besluitvorming als onherstelbare vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van strafrecht.


Een andere grond voor strafvermindering is gelegen in de gevolgen die de buitengewoon grote media-aandacht voor verdachte heeft gehad. De camerabeelden, waarop verdachte goed herkenbaar in beeld te zien is, zijn veelvuldig uitgezonden en nog steeds op elk gewenst moment te bekijken via internet. Verdachte heeft de voortdurende media-aandacht als zeer belastend ervaren. Verdachte verwacht dat de beelden hem ook in de toekomst nog zullen achtervolgen en verstrekkende gevolgen zullen hebben voor zijn verdere leven.


Categorieën: Filmpjes op internet, nocategory, Privacy, Sociale netwerksites, Strafvordering

Tags: , , , , , , , ,