Rechtbank Overijssel 23 januari 2018 (cursus verkeersregelaar),ECLI:NL:RBOVE:2018:243

Rechtbank Overijssel 23 januari 2018 (cursus verkeersregelaar),ECLI:NL:RBOVE:2018:243

Geschil over cursusovereenkomst.

In geschil is of de tussen partijen gesloten overeenkomst ontbonden mocht worden ingevolge

artikel 6:230o lid 1 sub a BW of dat sprake is van de uitzondering zoals genoemd in artikel 6:230p aanhef en onder d BW.

De kantonrechter stelt vast dat [B] een consument is en dat de overeenkomst buiten de

verkoopruimte (via internet) tot stand is gekomen. In beginsel is [B] dan ook gerechtigd om de overeenkomst zonder opgave van redenen te annuleren binnen veertien dagen na het afsluiten van de overeenkomst, zoals hij gedaan heeft met zijn e-mail. Hij is echter niet gerechtigd tot ontbinding indien zich de situatie voordoet zoals omschreven in artikel 6:230p

aanhef en onder d BW. Daarin staat dat een consument geen recht heeft op ontbinding bij een

overeenkomst tot het verrichten van diensten, na nakoming van de overeenkomst, indien (1) de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument en (2) de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst is nagekomen. Uit de eerste zin van sub d volgt allereerst dat deze uitzondering op de bevoegdheid tot ontbinding enkel betrekking heeft op overeenkomsten waarbij de nakoming reeds heeft plaatsgevonden. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 6:230p onderdeel d BW (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 40) volgt dat deze bepaling ziet op de situatie dat de overeenkomst volledig is nagekomen tijdens de termijn waarbinnen kan worden ontbonden.

Reeds om die reden is deze bepaling in deze situatie niet van toepassing. Vaststaat immers dat de overeenkomst is aangegaan op 19 april 2015 en dat de uitvoering van de cursus plaatsvond op 18 mei 2015, aldus buiten de termijn van veertien dagen. Bovendien is aan beide voorwaarden van onderdeel d niet voldaan. Van een uitdrukkelijke instemming met het beginnen van de nakoming is geen sprake. Daarvoor is het enkel weergeven van de voorwaarden en het bevestigen daarvan via een link onvoldoende. Naar het oordeel van de kantonrechter is voor een uitdrukkelijke instemming met het (vroegtijdig) beginnen van de nakoming een daarop gerichte actie van de consument vereist. Daar is geen sprake van geweest. Hetzelfde geldt voor de verklaring afstand te doen van het herroepingsrecht. Van een verklaring met die strekking is niet gebleken.

Het vorenstaande betekent dat B gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden ex artikel 6:230o lid 1 sub a BW. Onder omstandigheden kan die ontbindingsbevoegdheid op grond van artikel 6:230s lid 4 BW ook betalingsverplichtingen met zich meebrengen voor de consument, indien de overeenkomst reeds voor een deel is nagekomen. Voorwaarde daarvoor is dat de consument uitdrukkelijk heeft verzocht om het verrichten van diensten al tijdens de ontbindingstermijn. Van een uitdrukkelijk verzoek is echter geen sprake geweest: het klikken op een link in een e-mail bericht waarin staat dat [B] gebonden is aan de kosten van de cursus is daarvoor onvoldoende. Ook hier is een actie van de consument vereist met een verzoek tot nakoming tijdens de ontbindingstermijn, bijvoorbeeld via een e-mailbericht met die strekking. [B] is om die reden op grond van deze bepaling evenmin kosten verschuldigd aan [A] in verband met het ontbinden van de overeenkomst.

Categorieën: E-commerce

Tags: , , , , , , , ,