Rechtbank Overijssel 28 mei 2019 (schade bij verspreiding persoonsgegevens), ECLI:NL:RBOVE:2019:1827

Rechtbank Overijssel 28 mei 2019 (schade bij verspreiding persoonsgegevens), ECLI:NL:RBOVE:2019:1827

Eiser had in een eerdere procedure bezwaar gemaakt tegen besluit van verweerder (gemeente) op zijn inzageverzoek, omdat eiser was gebleken dat andere bestuursorganen middels een verzonden email kennis hebben genomen van zijn persoonsgegevens.

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser als gevolg van dat onrechtmatige besluit in zijn persoon aangetast wegens verlies van controle over zijn persoonsgegevens. Dat is een persoonlijkheidsrecht. Dit betekent dat eiser op grond van artikel 82 van de AVG in samenhang met artikel 6:106 van het BW recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Wat betreft de hoogte van die vergoeding neemt de rechtbank in acht dat in het onrechtmatige besluit geen rechtvaardiging is gegeven voor de verwerking van de persoonsgegevens van eiser. De rechtbank neemt mede in aanmerking het gestelde onder overwegingen 75, 85 en 146 van de preambule bij de AVG.

Nu door de verspreiding van zijn persoonsgegevens sprake is geweest van een schending van de privacy van eiser, acht de rechtbank een schadevergoeding van € 500,- billijk.

Categorieën: Bestuursrecht, E-mail, Gegevensbeschermingsrecht, Hoogte schadevergoeding, persoonsgegevens

Tags: , , , , , , , ,