Rechtbank Rotterdam 10 januari 2020 (vrij algemene afbeelding), ECLI:NL:RBROT:2020:124

Rechtbank Rotterdam 10 januari 2020 (vrij algemene afbeelding), ECLI:NL:RBROT:2020:124

Inbreuk op auteursrecht door publicatie zonder toestemming van een foto op een website.

De kosten die eiser ANP heeft moeten maken vanwege het constateren en handhaven van haar auteursrechten moeten worden gerekend als kosten voor het achterhalen van de inbreuk(maker) en andere buitengerechtelijke kosten. Deze kosten kunnen dan ook geen aanleiding vormen om tevens de forfaitaire vergoeding te verhogen.

Het Nederlandse schadevergoedingsrecht kent geen punitief element. Ook dit argument geeft daarom geen grond voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding.

Het niet meer zelf kunnen bepalen waar en hoe de foto wordt geopenbaard, waarmee afbreuk wordt gedaan aan de exclusiviteit van een foto zou eventueel wel reden kunnen zijn voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding. In dit geval heeft ANP daartoe echter onvoldoende gesteld.

Het niet vermelden van de naam van de fotograaf zal in het algemeen voldoende reden zijn de vergoeding te verhogen, nu de fotograaf op grond van artikel 25 lid 1 sub a Aw, ook na overdracht van zijn exploitatierechten, het recht toekomt op vermelding van zijn naam. Het belang daarbij spreekt voor zich, nu dit de naamsbekendheid van de fotograaf vergroot. Het bevreemdt de kantonrechter echter wel dat ANP niet eerder dan in deze procedure een beroep heeft gedaan op het niet vermelden van de naam van de fotograaf; zij heeft de naam van de fotograaf ook niet eerder dan in deze procedure bekend gemaakt aan gedaagde.

Gelet op het voorafgaande acht de kantonrechter in dit geval een verhoging van 25% passend.

Categorieën: Auteursrecht, Foto's, Hoogte schadevergoeding

Tags: , , , , , , ,