Rechtbank Rotterdam 12 januari 2010 (ID2001), LJN BK8880 (ECLI:NL:RBROT:2010:BK8880)



Rechtbank Rotterdam 12 januari 2010 (ID2001), ECLI:NL:RBROT:2010:BK8880, LJN
BK8880

Verweerder Opta heeft aan eiser boete opgelegd wegens het versturen van spam.
Het enkele gegeven dat een onderzoek werd verricht naar een mogelijke overtreding van het spamverbod, is onvoldoende voor het doen ontstaan van een criminal charge.
Voorts kan de rechtbank verweerder volgen in diens opvatting dat de vraag of eiser een laptop bij zich had, van zuiver feitelijke aard is en gericht is op het verkrijgen van informatie benodigd om invulling te geven aan de toezichtbevoegdheden ingevolge artikel 5.17 van de Awb. Hieruit volgt dat zelfs als er een situatie was, waarin eiser het zwijgrecht toekwam en aan hem de cautie had moeten worden gegeven, hij ook dan gehouden was geweest gehoor te geven aan de vordering om inzage te geven in alle digitale gegevens die hij op dat moment bij zich had. Bovendien was reeds duidelijk dat eiser een laptop bij zich had, zodat het bestaan daarvan niet ter discussie stond.
Naar het oordeel van de rechtbank kan bewezen worden geacht dat eiser het Studentencollectief als dekmantel gebruikte om zijn eigen identiteit als afzender te verhullen.
Verweerder heeft de personalia van drie van de in het bewijsmateriaal voorkomende klagers hangende beroep alsnog aan eiser verstrekt. Daarmee is eiser alsnog in staat gesteld om zelf te verifiëren of deze klagers als natuurlijk persoon abonnee zijn. Daarmee is in ieder geval ten aanzien van deze drie klagers in de beroepsfase van onderhavige administratieve procedure voldaan aan de door artikel 6 van het EVRM gestelde eisen (equality of arms), zodat de rechtbank hierin geen grond ziet voor vernietiging van het bestreden besluit. Daarbij merkt de rechtbank op dat artikel 6 van het EVRM niet zonder meer de verplichting schept om eiser in staat te stellen de klagers te ondervragen (zie EHRM 23 november 2006, ECLI:NL:RBROT:2010:BK8880, LJN AZ 9064).
Voor het bewijs dat het spamverbod is overtreden is een aantal van drie geverifieerde klachten in beginsel voldoende.
Van alle drie de klagers is gebleken dat zij de betreffende e-mails hebben ontvangen op in totaal vijf verschillende e-mailadressen op basis van een contractuele relatie die zij als natuurlijk persoon met de ISP zijn aangegaan. Mede gelet op de in artikel 1.1., aanhef en onder p, van de Tw opgenomen definitie van abonnee, staat hiermee vast dat de berichten aan natuurlijke personen zijn verzonden. Dat deze natuurlijke personen ook een onderneming kunnen drijven en hun e-mailadres mogelijk ook gebruiken ten behoeve van die onderneming kan hieraan niet afdoen.


Categorie├źn: Bestuursrecht, Identiteitsfraude, Malware, nocategory, Spam, Strafvordering

Tags: , , , , , , , , , , , ,