Rechtbank Rotterdam 12 januari 2010 (Plex), LJN BK8888 (ECLI:NL:RBROT:2010:BK8888)



Rechtbank Rotterdam 12 januari 2010 (Plex), ECLI:NL:RBROT:2010:BK8888, LJN
BK8888

Op basis van de door het CIOT aan internetaanbieders verstrekte informatie kon er redelijkerwijs bij internetaanbieders geen misverstand over bestaan dat hun aansluiting op het CIOT-informatiesysteem op uiterlijk 1 september 2007 gerealiseerd moest zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiseres heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 13.4, derde lid, van de Tw en dat verweerder haar voor deze overtreding in beginsel een boete alsmede een last onder dwangsom kon opleggen om de feitelijke situatie alsnog in overeenstemming te brengen met de wet.



Dat eiseres ook ten tijde van het primaire besluit nog steeds niet op het CIOT-informatiesysteem was aangesloten, reden voor verweerder om haar een last onder dwangsom op te leggen, is naar het oordeel van de rechtbank niet geheel en alleen aan haar te wijten. Indien het CIOT in plaats van direct een formele klacht in te dienen bij verweerder, in overleg met eiseres was getreden teneinde nader te overleggen over de manier waarop de implementatie voorspoedig zou kunnen verlopen, had dit de afhandeling van deze kwestie kunnen bespoedigen. Eiseres heeft adequaat en prompt gereageerd en zich coöperatief opgesteld, waarbij de rechtbank geen aanleiding heeft te twijfelen aan de juistheid van hetgeen eiseres heeft gesteld omtrent de (technische) redenen die voor vertragingen in de uiteindelijke implementatie hebben gezorgd.


Categorie├źn: Bestuursrecht, nocategory

Tags: , , , , ,