Rechtbank Rotterdam 16 juli 2019 (Salamander), ECLI:NL:RBROT:2019:6038

Rechtbank Rotterdam 16 juli 2019 (Salamander), ECLI:NL:RBROT:2019:6038

Zestienjarige verdachte heeft samen met anderen, slachtoffer afgetuigd, en daarna nog geprobeerd zijn telefoon en zijn schoenen te stelen.

In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de verspreide filmpjes van het openlijke geweld voor de verdachte ingrijpende gevolgen hebben gehad. Hij is bedreigd en ook voor zijn familie zijn de gevolgen groot geweest. Er was veel media-aandacht en de verdachte ervaart bij sollicitaties nog steeds de negatieve gevolgen doordat zijn naam in de media – op het internet – verbonden is aan dit geweldsincident.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij: De rechtbank overweegt dat uitkeringen die derden uit vrijgevigheid in verband met de schadetoebrenging hebben gedaan in beginsel niet voor verrekening in aanmerking komen in het kader van artikel 6:100 van het Burgerlijk Wetboek. Aannemelijk is dat de donaties uit ideële motieven zijn gedaan en onverplichte giften betreffen van betrokken burgers om de benadeelde partij en zijn gezin te steunen in een moeilijke periode. In een dergelijk geval acht de rechtbank het niet redelijk rekening te houden met deze donaties bij het vaststellen van de door de daders toegebrachte immateriële schade.

Volgt veroordeling tot 6 weken gevangenisstraf waarvan 4 weken voorwaardelijk, 80 uur werkstraf en schadevergoeding aan het slachtoffer.

Categorieën: Filmpjes op internet, Sociale netwerksites

Tags: , , , , , , , , ,