Rechtbank Rotterdam 17 april 2014 (Mr Nosey), ECLI:NL:RBROT:2014:2821



Rechtbank Rotterdam 17 april 2014 (Mr Nosey), ECLI:NL:RBROT:2014:2821

De rechtbank stelt vast dat artikel 1.52 van de Wko louter een schriftelijke overeenkomst verlangt en geen
ondertekende schriftelijke overeenkomst. Dat neemt niet weg dat voor het recht op kinderopvangtoeslag van belang is dat voldoende gebleken is dat daadwerkelijk een overeenkomst tussen het gastouderbureau en de ouder is gesloten. Dit kan evenwel ook op andere wijze blijken dan door ondertekening.

Eiseres heeft een uitdraai van de digitale overeenkomst overgelegd evenals facturen van Mr Nosey, het gastouderbureau. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de door eiseres overgelegde stukken voldoende worden afgeleid dat zij een overeenkomst heeft gesloten met Mr Nosey en dat daaraan ook uitvoering is gegeven. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot twijfel hierover. Voorts wijst de rechtbank op artikel 6:227a van het Burgerlijk Wetboek waarin een overeenkomst die langs elektronische weg tot stand is gekomen gelijk wordt gesteld met een schriftelijke overeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Belastingdienst (verweerder) dan ook ten onrechte de kinderopvangtoeslag op nihil gesteld vanwege het ontbreken van een ondertekende schriftelijke overeenkomst met het gastouderbureau.


Categorie├źn: Bestuursrecht, E-commerce, nocategory, Overeenkomsten

Tags: , , , , , , ,