Rechtbank Rotterdam 19 maart 2015 (gangbare betaalmogelijkheid), ECLI:NL:RBROT:2015:1868

Rechtbank Rotterdam 19 maart 2015 (gangbare betaalmogelijkheid), ECLI:NL:RBROT:2015:1868

Betwisting van boetes die ACM op grond van artikelen 8.2 en 8.8 Whc jo. Art. 23 lid 1 Luchtvaartverordening heeft opgelegd.

De te betalen definitieve prijs dient bij elke vermelding van de prijzen van de luchtdiensten te worden aangegeven, ook reeds bij de eerste vermelding daarvan. Vast staat dat de door eiseres in rekening gebrachte heffingen voorzienbaar en onvermijdbaar zijn. Door deze kostenposten niet reeds op te nemen in de op de “flexi search tabs” vermelde prijzen staat naar het oordeel van de rechtbank de overtreding van dit artikel vast. De omstandigheid dat elders op de webpagina het tarief na optelling van de heffingen is weergegeven, kan niet afdoen aan het feit dat in de “flexi search tabs” niet de definitieve prijzen stonden vermeld, behoudens in het geval van bijzondere actietarieven. Juist opdat de consument op eenvoudige wijze vliegtarieven kan vergelijken is van belang dat steeds de definitieve prijs bekend wordt gemaakt. Daarbij zij opgemerkt dat voor het kunnen vaststellen van een overtreding niet maatgevend is of al dan niet sprake is van misleiding van de consument. Gelet op de handelspraktijk van eiseres, waarbij consumenten via de website tickets bij haar kunnen boeken, brengt deze overtreding naar het oordeel van de rechtbank schade toe of kan deze die toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten, zodat sprake is van een inbreuk en – gelet op het voorgaande ook – van een overtreding in de zin van artikel 1.1 van de Whc.

De bewijslast of de Prepaid Mastercard ten tijde in geding al dan niet een gangbare betalingsmogelijkheid vormde, ligt naar het oordeel van de rechtbank bij ACM en eiseres dient, gelet op de in artikel 6, tweede lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), te profiteren van twijfel of daarvan sprake was (vgl. HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324; ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:234 en CBb 10 juli 2014, ECLI:NL:CBB:2014:245).

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een dergelijke twijfel. Hierbij is van belang dat niet in geschil is dat de Prepaid Mastercard beschikbaar was voor consumenten in Nederland tegen € 10,- eenmalige registratiekosten en dat in het kader van het verkrijgen van deze kaart geen registratie plaatsheeft in het Centraal Krediet Informatiesysteem van het Bureau Krediet Registratie en een eventuele bestaande registratie daarin niet van invloed is op de verstrekking van deze kaart. Het door ACM ingenomen standpunt dat de consument –als hij besluit tot aanschaf van een vliegticket – onmiddellijk moet kunnen beschikken over het betaalmiddel om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van de kosteloze optie om te betalen, acht de rechtbank onjuist.

Categorieën: E-commerce, Financiële dienstverlening

Tags: , , , , , , ,