Rechtbank Rotterdam 20 januari 2010 (SDN), LJN BL3232 (ECLI:NL:RBROT:2010:BL3232)



Rechtbank Rotterdam 20 januari 2010 (SDN), ECLI:NL:RBROT:2010:BL3232, LJN
BL3232

Eiser is bestuurslid van de stichting Sociale Databank Nederland (SDN), gedaagden zijn advocaten. Partijen beschuldigen elkaar (in conventie en in reconventie) van onrechtmatige uitingen op websites.
De rechtbank is van oordeel dat een vordering die ertoe strekt de vrijheid van meningsuiting van een ander in te perken, volstrekt helder dient te zijn zowel ten aanzien van de inhoud van de onrechtmatig geachte uitlatingen als de context waarbinnen het doen van die uitlatingen onrechtmatig wordt geacht.
De rechtbank is van oordeel dat het in het algemeen onwenselijk is om advocaten – of partijen – op voorhand te verbieden in de context van juridische procedures bepaalde uitlatingen te doen, temeer indien die verboden uitlatingen in een vordering vaag zijn omschreven.
Het belang van een eerlijke procedure brengt mee dat advocaten – en partijen – zich in een procedure niet beperkt behoren te voelen in hetgeen zij ter behartiging van de belangen van hun cliënten mogen aanvoeren. Bovendien mag van advocaten in het algemeen worden verwacht dat zij zich, ook zonder dat verbeurte van een dwangsom in het vooruitzicht is gesteld, zullen onthouden van "onrechtmatige, onnodig grievende, lasterlijke en beledigende uitlatingen jegens of aangaande" een persoon. Indien advocaten zich daar niettemin aan schuldig maken, kan de persoon die zich gegriefd voelt een klacht tegen de betreffende advocaat indienen. In het kader van het tuchtrecht kunnen effectieve sancties tegen een dergelijke advocaat worden getroffen.
Ten aanzien van door eiser voorgestelde rectificatietekst: De rechtbank stelt voorop dat zij niemand kan verplichten om op straffe van een dwangsom publiekelijk te verklaren dat hij eerder gedane uitlatingen betreurt en onrechtmatig acht, hoe betreurenswaardig en onrechtmatig de rechtbank die uitlatingen wellicht ook acht. Slechts de wijze waarop aan gedachten of gevoelens uiting wordt gegeven, kan aan beperkingen worden onderworpen.
Het door eiser tegen deze vordering gevoerde verweer dat hij niet de beschikkingsmacht heeft over de betreffende websites slaagt. Het feitelijk eigenmachtig kunnen verwijderen van een publicatie brengt niet mee dat eiser jegens de rechthebbende gerechtigd is om die publicatie te verwijderen.
Juist waar de vrijheid van meningsuiting in het geding is, is het van belang dat het debat in rechte wordt gevoerd met de partij die in het openbaar verantwoordelijkheid neemt voor de betreffende uiting en die onbetwist bevoegd is de betreffende publicatie ongedaan te maken en die eventueel bevolen kan worden deze op passende wijze te rectificeren.
Alle vorderingen worden afgewezen.


Categorie├źn: nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Verantwoordelijkheid voor website, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , ,