Rechtbank Rotterdam 23 januari 2013 (frauderende bank-klant), LJN BZ1040 (ECLI:NL:RBZLY:2012:BZ1040)



Rechtbank Rotterdam 23 januari 2013 (frauderende bank-klant), ECLI:NL:RBZLY:2012:BZ1040, LJN BZ1040

Uitgangspunt is dat wanneer een bank het gerechtvaardigde vermoeden heeft dat haar dienstverlening wordt misbruikt en aldus sprake is van een vertrouwensbreuk met een klant, of indien de bank beargumenteerd van mening is dat de voortzetting van de dienstverlening tot onacceptabele risico’s leidt, die bank bevoegd is de relatie met die klant op te zeggen. Die bevoegdheid is echter niet onbegrensd. Immers, de bank dient rekening te houden met haar zorgplicht die zij heeft jegens haar relaties. Banken hebben, nu zij bij uitsluiting het betalingsverkeer verzorgen, een belangrijke publieke rol en een bijzondere positie, hetgeen een bepaalde verantwoordelijkheid met zich brengt jegens klanten. Beoordeeld moet worden of de reden voor de opzegging voldoende zwaarwegend is in verhouding tot het belang van de klant bij de voortzetting van de relatie. Het belang om te kunnen beschikken over een betaalrekening moet daarbij als het in beginsel meest zwaarwegende belang worden gezien.

Vast staat dat eiser is opgetreden als zogenaamde “money-mule” in een omvangrijke “phishing-fraude” en dat eiser in het verlengde daarvan een (ernstig) gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bankbedrijf. Er is sprake van ongebruikelijk betalingsverkeer en derhalve van een concreet of reëel integriteitsrisico.

Gelet op het voorgaande heeft ING een gerechtvaardigd belang om de betaalrekening van eiser en de daaraan gekoppelde bankpas met bijbehorende pincode te blokkeren.


Categorieën: Financiële dienstverlening, nocategory

Tags: , , , , , ,