Rechtbank Rotterdam 24 September 2014 (Affiliate netwerk), ECLI:NL:RBRT:2014:7808

Rechtbank Rotterdam 24 September 2014 (Affiliate netwerk), ECLI:NL:RBRT:2014:7808, ECLI:NL:RBRT:2014:7808
De e-mailberichten die Bedrijfsnaam heeft verzonden aan het adressenbestand van … bevatten weliswaar een afmeldlink die leidde tot uitschrijving van het mailadressenbestand van …, maar die uitschrijving leidde niet tot uitschrijving voor de in de nieuwsbrief opgenomen advertenties. Ook indien Bedrijfsnaam als adverteerder of publisher optrad, leidde de in de e-mailberichten van de publisher opgenomen afmeldlink uitsluitend tot uitschrijving uit het e-mailadressenbestand dat door de betreffende publisher voor verzending werd gebruikt. De betreffende abonnee bleef vervolgens via andere publishers dezelfde of soortgelijke advertenties van dezelfde adverteerders ontvangen, terwijl de abonnee zich daar nu juist voor had afgemeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het voor verzoekers duidelijk kunnen en moeten zijn dat de enkele afmeldmogelijkheid bij de bestandseigenaar niet toereikend is in gevallen als deze waarin verschillende publishers voor dezelfde adverteerders – waaronder Bedrijfsnaam – reclameboodschappen bleven sturen, omdat de uitschrijving niet gold voor de in de nieuwsbrief
opgenomen advertenties.

Deze handelwijze van Bedrijfsnaam doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident geen recht aan de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om te voorzien in een recht tot beëindiging in de zin van onderdeel b van het vierde lid van artikel 11.7 van de Tw, mede in het licht van het vereiste dat onderdeel a van dit artikellid stelt. Daar komt bij dat ACM er terecht op heeft gewezen dat de door verzoekers bedoelde reclamecodes de uiteindelijke verantwoordelijkheid op het realiseren van het recht van verzet leggen bij de adverteerder.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de intermediërende rol die Bedrijfsnaam speelde als beheerder en exploitant van het affiliate-netwerk tussen adverteerders en publishers niet anders worden gezien dan als een medeplegen in de zin van artikel 5:1, tweede lid, van de Awb. ACM heeft in dit verband in haar verweerschrift terecht gewezen op omstandigheden die tezamen zo niet reeds afzonderlijk duiden op de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking met de adverteerders en publishers uit het affiliate-netwerk van belang.
.

 

Categorieën: Bestuursrecht, nocategory

Tags: ,