Rechtbank Rotterdam 28 april 2020 (fietsenmaker), ECLI:NL:RBROT:2020:4018

Rechtbank Rotterdam 28 april 2020 (fietsenmaker), ECLI:NL:RBROT:2020:4018

Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep 15 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW5987) is het voor ontvangers van bijstand niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan en van de daaruit verkregen verdiensten tijdig melding wordt gemaakt aan het bijstandsverlenend orgaan. De opbrengst van incidentele verkoop van privé-goederen, al dan niet via internet, wordt in het algemeen niet als inkomen aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen mededeling behoeft te worden gedaan. Vast staat dat eiser op Facebook een advertentie heeft geplaatst waarin hij zijn diensten als fietsenmaker aanbiedt en meldt dat hij op zoek is naar goedkope fietsen waar iets aan mankeert om ze op te knappen en ze daarna met een kleine winst te verkopen. Vast staat verder dat eiser in de periode in geding via Marktplaats en Facebook diverse malen fietsen te koop heeft aangeboden en dat eiser geen melding heeft gedaan van deze activiteiten en van de opbrengst van de hieruit voortgekomen verkopen. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de aard, de omvang en de regelmaat van de verkoopactiviteiten, van incidentele verkopen van privégoederen geen sprake geweest. Daarbij is van belang dat eiser een groot aantal (dertig) advertenties heeft geplaatst.

Categorieën: Sociaal zekerheidsrecht

Tags: , , , ,