Rechtbank Rotterdam 5 maart 2018 (publicatie boetes AFM), ECLI:NL:RBROT:2018:1725

Rechtbank Rotterdam 5 maart 2018 (publicatie boetes AFM), ECLI:NL:RBROT:2018:1725

De AFM is in beginsel gehouden is de besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar te maken, tenzij bekendmaking van persoonsgegevens onevenredig zou zijn of betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend. Daarvan is sprake als het gaat om een individuele, bijzondere situatie, waarin de door verzoekers als gevolg van de publicatie te verwachten schade en/of gevolgen zodanig uitzonderlijk zijn dat het belang van de bescherming van de markt daarvoor moet wijken (vergelijk overweging 12.3 van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:327).

Van een dergelijke situatie is in het geval van verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Verzoekers hebben in dit verband aangevoerd dat een publicatie op internet verder verspreid zal worden en niet meer van het internet verdwijnt, dat zij natuurlijke personen zijn, dat zij in een kleine gemeenschap leven en dat reputatieschade voor hen ernstige gevolgen heeft.

Dat publicatie zal leiden tot reputatieschade is gelet op de genoemde uitspraak van het CBb van 12 oktober 2017 en de strekking van artikel 1:98, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wft op zichzelf onvoldoende om publicatie van de boetes onevenredig te achten. Dat wordt niet anders als in aanmerking wordt genomen dat verzoekers naar gesteld in een kleine gemeenschap leven, dat de publicatie op internet verspreid zal worden en niet meer van internet verwijderd zal kunnen worden. Ook deze omstandigheden zijn niet bijzonder, laat staan uitzonderlijk. Dat publicatie van de opgelegde boetes impact zal hebben op de gezinsleden van verzoekers is evenmin uitzonderlijk.

Verder heeft de AFM van belang kunnen achten dat de markt wordt voorgelicht over de aan verzoekers opgelegde boetes. Het betreft hier ernstige overtredingen, omdat consumenten erop moeten kunnen vertrouwen dat een vergunninghouder beschikt over beleidsbepalers die door de AFM zijn getoetst op betrouwbaarheid en geschiktheid. Het nadeel dat verzoekers in hun professionele loopbaan kunnen ondervinden van de publicatie van de boetebesluiten is mede in dit licht bezien geen onevenredig nadeel bij publicatie en vormt daarom geen bijzondere individuele situatie. Dat verzoeker niet meer werkzaam is in de financiële sector maakt dit niet anders.

Categorieën: Bestuursrecht

Tags: , , , , , ,