Rechtbank Rotterdam 7 december 2017 (administrative fee), ECLI:NL:RBROT:2017:9632

Rechtbank Rotterdam 7 december 2017 (administrative fee), ECLI:NL:RBROT:2017:9632

Gelet op artikel 6:230s, tweede lid, van het BW draagt de consument de rechtstreekse kosten van het terugzenden van de zaak uitsluitend indien de handelaar niet heeft nagelaten de consument van tevoren mee te delen dat hij deze kosten moet dragen. Omdat in de algemene voorwaarden van eiseres, die zijn aan te klikken op de website, is vermeld dat de consument bij gebruikmaking van zijn ontbindingsrecht de kosten voor terugzending moet betalen, heeft eiseres de mededeling in de zin van artikel 6:230s, tweede lid, van het BW gedaan. Hieruit volgt dat de informatieplicht van artikel 6:230m, eerste lid, aanhef en onder i, van het BW van toepassing is op eiseres. Dit betekent dat eiseres de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze voorafgaand aan de koop op afstand moet informeren dat de consument de kosten van het terugzenden van de zaken zal moeten dragen in geval van uitoefening van het recht van ontbinding en, indien de zaken door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden, wat de kosten van het terugzenden van de zaken zijn.

Eiseres kan aan dit vereiste voldoen door die informatie op haar website op een toegankelijke wijze te vermelden, dus niet door het uitsluitend in de algemene voorwaarden te noemen, maar bijvoorbeeld op de webpagina die ziet op het inroepen van het recht op ontbinding of op retourzendingen. Voorts zal de informatie duidelijk en begrijpelijk moeten zijn, wat in ieder geval betekent dat de informatie voor de consument grammaticaal begrijpelijk is (HvJ EU 30 april 2014, zaak C-26/13, ECLI:EU:C:2014:282 (Kásler e.a.), punt 75). De rechtbank overweegt in dit verband dat het betoog van eiseres dat haar in het kader van de informatieverstrekking in de zin van artikel 6:230m, eerste lid, aanhef en onder i, van het BW beoordelingsruimte moet worden gegund, onjuist is. Maatgevend bij de beoordeling of die bepaling is nageleefd is namelijk wat de gemiddelde consument, dat wil zeggen een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (vergelijk HvJ EG 27 november 2008, zaak C-252/07, ECLI:EU:C:2008:655 (Intel/Intelmark), punt 34 e.v. en HvJ EU 20 september 2017, zaak C‑186/16, ECLI:EU:C:2017:703 (Andriciuc e.a.), punt 51), heeft mogen begrijpen uit de door eiseres verstrekte informatie.

Met de term “administrative fee”, die is te vertalen als “administratiekosten”, heeft eiseres aan de gemiddelde consument niet duidelijk gemaakt dat de consument de rechtstreekse kosten van het terugzenden van de zaak dient te betalen. Eiseres heeft daarom gehandeld in strijd met de verplichtingen die volgen uit artikel 6:230m, eerste lid, aanhef en onder i, van het BW, wat voorts strijd oplevert met artikel 8.2a van de Whc. Sanctieoplegging wegens niet nakoming van die verplichtingen is niet in strijd met het bepaaldheidsgebod. Voor eiseres had duidelijk kunnen en moeten zijn dat zij met de vermelding van een “administrative fee” van € 15,- niet voldeed aan de eisen van artikel 6:230m, eerste lid, aanhef en onder i, van het BW, omdat niet duidelijk is dat een “administrative fee” betrekking heeft op de kosten als bedoeld in artikel 6:230s, tweede lid, van het BW. Bovendien is ter zitting gebleken dat het bedrag van € 15,- meer omvat en niet alleen betrekking heeft op de kosten van retourzending.

Categorieën: Algemene voorwaarden, E-commerce, Maatman

Tags: , , , , , , , , , , ,