Rechtbank Rotterdam 9 juli 2020 (visumaanvraag), ECLI:NL:RBOBR:2020:3409

Rechtbank Rotterdam 9 juli 2020 (visumaanvraag), ECLI:NL:RBOBR:2020:3409

Geschil over visumaanvraag via internet.

Uit de overgelegde printscreens blijkt dat gedaagde in het bestelproces niet is geïnformeerd over het ontbindingsrecht, en eiser  CIBT niet volledig aan de verplichtingen van artikel 6:230m lid 1 BW heeft voldaan. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat vanwege het gewenste beschermingsniveau van de consument de consequenties daarvan doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig moeten zijn. Dit betekent dat de vordering niet zonder meer kan worden toegewezen, zelfs niet als voor het overige aan de voorwaarden voor toewijzing is voldaan. Daarvan zou immers een onjuist signaal uitgaan naar handelaren die wel volledig aan hun verplichtingen voldoen.

Een algehele afwijzing van de vordering wordt niet als ‘evenredig’ aangemerkt, te meer omdat voor het leveren van een visum op grond van de wet geen herroepingsrecht bestaat (artikel 6:230p sub f onder 1o BW). Wel moet in aanmerking worden genomen dat wanneer gedaagde in het bestelproces was geïnformeerd over het ontbreken van een recht op ontbinding er een kans was geweest dat gedaagde het bestelproces niet had afgerond. Die kans moet in de sanctie worden verdisconteerd. Een en ander geeft de kantonrechter aanleiding de hoofdsom gedeeltelijk toe te wijzen. Afwijzing van 50% van de hoofdsom acht de kantonrechter onder de gegeven omstandigheden een afschrikwekkende, evenredige sanctie en voor het bereiken van het gewenste beschermingsniveau doeltreffende sanctie als hiervoor bedoeld.

Categorieën: E-commerce

Tags: , , , , ,