Rechtbank Rotterdam 9 september 2020 (WhatsAppgroep), ECLI:NL:RBROT:2020:9018

Rechtbank Rotterdam 9 september 2020 (WhatsAppgroep), ECLI:NL:RBROT:2020:9018

De door gedaagde gestelde bedreiging door eiser is mede gelet op de ter zitting beluisterde geluidsopname niet aannemelijk geworden.

De kennelijke, algemenere onvrede van gedaagde over de gang van zaken binnen de school en haar opmerkingen over de voorbeeldfunctie van docenten, rechtvaardigen niet dat zij in het openbaar specifieke beschuldigingen uit, zoals zij dat heeft gedaan in het vermelde Facebookbericht. Weliswaar heeft zij daarin de naam van eiser niet genoemd, maar zij heeft niet weersproken dat zij hiermee doelt op de uitlating van eiser tijdens de MR-vergadering. Haar opmerking dat zij “alles kan bewijzen” is niet anders te begrijpen dan dat zij vasthoudt aan haar lezing dat zij tijdens de MR-vergadering met de dood is bedreigd. Aangezien het betreffende Facebookbericht weer wordt aangehaald in de WhatsAppgroep van de klassenvertegenwoordigers en daar ook weer de link gelegd wordt met de MR-vergadering, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat bij betrokkenen binnen de school (waaronder leerlingen) het bericht rondgaat dat eiser gedaagde tijdens de MR-vergadering met de dood heeft bedreigd. Dat gedaagde niet de afzender is van de betreffende WhatsApp-berichten, doet niet af aan de onrechtmatigheid van het Facebookbericht.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Sociale netwerksites

Tags: , , ,