Rechtbank ’s-Gravenhage 10 april 2013 (lijkt een oplichter), LJN BZ9355 (ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9355)



Rechtbank ’s-Gravenhage 10 april 2013 (lijkt een oplichter), ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9355, LJN BZ9355

Onrechtmatige uiting: eiser “lijkt een oplichter”? Bij de beoordeling wordt in aanmerking genomen dat het hier gaat om een publicatie op een website op internet, waarvoor enerzijds geldt dat voor het kennisnemen daarvan in de regel nodig zal zijn dat een zoekterm wordt ingevuld die leidt tot een “hit” met de website en/of de publicatie, maar anderzijds dat deze publicatie op internet blijft staan totdat deze wordt verwijderd en dat verwijdering niet zonder meer betekent dat de publicatie daarna niet anders/elders te raadplegen is.


Gezien het (absolute) aantal gedupeerde klanten en de lange en kennelijk nog steeds voortdurende periode waarin dit aan de orde is, heeft gedaagde met de term “lijkt een oplichter” in de publicatie de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen grenzen van zorgvuldigheid niet overschreden. De ontegenzeggelijk daardoor veroorzaakte reputatieschade van eiser, die onweersproken hebben gesteld dat de klachten zien op een relatief klein deel van het totale aantal bestellingen, weegt niet op tegen het belang dat is gediend met het op deze manier in de publicatie aan de kaak stellen van het gedurende lange tijd duperen van klanten.


Categorieën: nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , ,