Rechtbank ‘s-Gravenhage 18 december 2001 (AC-procedure Ibo Nigeriaan), LJN AE1746 (ECLI:NL:RBSGR:2001:AE1746)




Rechtbank ‘s-Gravenhage 18 december 2001 (AC-procedure Ibo Nigeriaan), LJN AE1746 (ECLI:NL:RBSGR:2001:AE1746)

AC-procedure / Nigeria / Ibo. Verzoeker heeft de Nigeriaanse nationaliteit en behoort tot de Ibo bevolkingsgroep (Ibo). Hij stelt sedert december 2000 lid van de Movement for the Actualisation of the Sovereign State of Biafra (MASSOB) te zijn, die opkomt voor de belangen van de Ibo. Uit het rapport van het nader gehoor is gebleken dat verzoeker weinig tot geen informatie kon geven over de organisatiestructuur van de MASSOB. Voorts heeft verzoeker aantoonbaar onjuiste informatie gegeven over de gebeurtenissen van mei 2001. Verzoekers beschrijving van die gebeurtenissen past veeleer bij hetgeen een jaar eerder rond de MASSOB is voorgevallen, in mei 2000, zoals beschreven in het ambtsbericht van augustus 2001. Gelet op verzoekers verklaringen was hij toen echter nog geen lid, maar heeft hij zich eerst in december 2000 bij de MASSOB aangesloten. De president ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door verweerder mede aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde informatie van internet. De stelling van verzoeker dat deze informatie minder juist is omdat zij afkomstig is van Yoruba-zijde, kan verzoeker bij gebrek aan enige onderbouwing niet baten. Van de zijde van verzoeker is ook geen informatie terzake uit andere bron genoemd of in het geding gebracht. Nu verzoeker verder geen informatie heeft kunnen verstrekken is de president met verweerder van oordeel dat het relaas van verzoeker ongeloofwaardig is. De van de zijde van verzoeker in kopie overgelegde brief van een advocaat doet hier niet aan af. Allereerst wordt uit die brief niet duidelijk of de advocaat doelt op gebeurtenissen in mei 2000 of in mei 2001. Voorts zijn bij die brief geen justitiële stukken gevoegd. Ten slotte wijst de president er nog op dat uit die brief niet kan worden afgeleid dat verzoeker is wie hij zegt te zijn (en over wie in de brief wordt gesproken). Dit laatste punt is extra van belang, waar verweerder aan verzoeker ook uitdrukkelijk het ontbreken van documenten heeft tegengeworpen. Met verweerder en mede op de door verweerder daartoe aangevoerde gronden is de president van oordeel dat het ontbreken van (onder meer identiteits-)documenten niet verschoonbaar is te achten. Aan de door verweerder gehanteerde gronden voegt de president nog toe, dat zoals blijkt uit het vorenoverwogene, ook in gesteld vluchtelingschap geen aanvaardbaar excuus is gelegen voor het ontbreken van documenten. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.


Categorie├źn: Internet als ondersteunende informatiebron, nocategory