Rechtbank ’s-Gravenhage 25 maart 2013 (merkhouders vs. Elcatel), IEF 12489



Rechtbank ’s-Gravenhage 25 maart 2013 (merkhouders vs. Elcatel), IEF 12489

Verzoeksters hebben voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat de in het verzoekschrift genoemde websites mede op Nederland zijn gericht en dat via deze websites inbreuk wordt gemaakt op de merken van verzoeksters.


Ook is voorshands voldoende aannemelijk dat de genoemde websites worden gehost door gerekwestreerde. Dat brengt naar voorlopig oordeel mee dat gerekwestreerde kan worden aangemerkt als een tussenpersoon wiens diensten worden gebruikt om de genoemde inbreuken te maken in de zin van art. 2.22 lid 6 BVIE en dat dus een bevel kan worden uitgevaardigd tot staking van die diensten. De in het verzoekschrift genoemde omstandigheden, waaronder de stelling dat het gaat om counterfeit producten en de aangevoerde problemen bij het aanspreken van de beheerders van de websites op de inbreuken, maken naar voorlopig oordeel dat toepassing van die bevoegdheid in dit geval een juist evenwicht creëert tussen de rechter van verzoeksters, gerekwestreerde en de beheerders van de websites.


Categorieën: Ex-parte beschikkingen, Merkenrecht, nocategory, Positie tussenpersonen

Tags: , , , ,