Rechtbank ’s-Gravenhage 26 november 2010 (opzet kinderporno), LJN BO5184 (ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5184)



Rechtbank ’s-Gravenhage 26 november 2010 (opzet kinderporno), ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5184, LJN BO5184


Toetsingskader: In zijn conclusie bij het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010 (ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5184, LJN BO1713) heeft de advocaat generaal de criteria voor het aannemen van bezit van kinderporno als volgt opgesomd. Als essentieel kenmerk van bezit dient beschikkingsmacht te worden aangemerkt. Het in bezit hebben van een elektronisch bestand dat een afbeelding van kinderpornografische aard inhoudt, veronderstelt de mogelijkheid om te bepalen waar het bestand zich bevindt en daarmee de mogelijkheid om zich van dat bestand te ontdoen. Indien het bestand is vastgelegd op een gegevensdrager, ligt in de beschikkingsmacht over die gegevensdrager de beschikkingsmacht over de daarop vastgelegde gegevens, besloten.
Bezit veronderstelt bovendien opzet, hetgeen in dit geval wil zeggen:
(1) wetenschap van het bestaan van de gegevensdrager en het bestand,
(2) wetenschap van de beschikking die men daarover heeft en
(3) wetenschap van de kinderpornografische aard van de betreffende afbeelding. Voorwaardelijk opzet is daarbij – telkens – voldoende. Het downloaden van bestanden die afbeeldingen bevatten waarvan de naamgeving over het karakter van die afbeeldingen weinig twijfel laat bestaan, is een bewuste blootstelling aan de aanmerkelijke kans dat men aldus kinderpornografisch materiaal binnenhaalt.



In casu: In de laptop zijn de bestanden van kinderpornografische aard aangetroffen in de map met tijdelijke internet bestanden. Deze bestanden konden nog benaderd worden. Van opzet op bezit is echter niet gebleken. Immers blijkt niet uit het dossier dat verdachte ook wist dat die bestanden op zijn computer stonden dan wel zich bewust is geweest dat die bestanden nog benaderbaar waren. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verdachte een specifiek op het in bezit verkrijgen van een bestand van kinderpornografische aard gerichte handeling heeft uitgevoerd. Het louter bekijken van dergelijke bestanden in de webbrowser, is in beginsel onvoldoende voor het aannemen van bezit zolang niet blijkt van een handeling welke erop is gericht om, onafhankelijk van de bron, over het bestand te kunnen beschikken, bijvoorbeeld door deze op een andere gegevensdrager, off- dan wel online, op te slaan. Dit is slechts anders indien blijkt dat verdachte zich bewust was van de opslag in de map met tijdelijke internetbestanden en zo getracht heeft zich de beschikkingsmacht over het bestand van kinderpornografische aard te verschaffen. Van het een noch het ander is gebleken. Volgt vrijspraak.


Categorieën: Kinderporno, nocategory

Tags: , , , , , , , , ,